Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 6,04 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 3,63 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Ticlid® is een plaatjesaggregatieremmer op basis van ticlopidine. Het remt de samenklontering van de bloedcellen die bloedplaatjes genoemd worden. Deze plaatjes komen tussen in de vorming van een bloedklonter.
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Hematologische en hemorragische bijwerkingen kunnen optreden. Agranulocytose, pancytopenie en zeldzame gevallen van leukemie werden tijdens postmarketing ervaring gemeld. Ernstige en soms fatale hematologische en hemorragische bijwerkingen (cfr. Rubriek 4.8) kunnen voorkomen, in het bijzonder geassocieerd met: - het niet naleven van de toezichtsmaatregelen, laattijdig stellen van de diagnose en het nemen van ongeschikte therapeutische maatregelen voor de bijwerkingen; - associaties met anticoagulantia of met plaatjesaggregatieremmers waaronder ASZ en NSAID's. In geval van een coronaire endoprothese moet ticlopidine echter geassocieerd worden met ASZ (100 tot 325 mg per dag) gedurende ongeveer 1 maand na de implantatie. Hematologische monitoring: Omwille van het eventueel optreden van hematologische effecten (cf.rubriek 4.8), is het absoluut noodzakelijk om de bloedtelling en de differentiële formule (rode bloedcellen, witte bloedcellen + formule, bloedplaatjes) te controleren vooraleer men een behandeling met Ticlid opstart en daarna om de 2 weken gedurende de eerste 3 maanden van de behandeling, alsook binnen de 15 dagen na stopzetting van Ticlid indien dit gebeurt tijdens de eerste 3 maanden. Later worden er hematologische controles, bijvoorbeeld halfjaarlijks, uitgevoerd in het kader van de globale evaluatie van de toestand van de patiënten. Als de neutrofielentelling onder de 1500/mm3 valt, moeten de waarden bevestigd worden. Bij een bevestigde neutropenie (neutrofielen <1500/mm3 ) of trombocytopenie (trombocyten <100 000/mm³ ) moet men de behandeling met Ticlid stopzetten. Omwille van de lange plasmahalfwaardetijd van ticlopidine hydrochloride, is het aanbevolen om bij elke patiënt, die binnen de eerste 90 dagen van behandeling stopt met het gebruik van ticlopidine, om welke reden ook, een bijkomende bloedtelling met witte bloedceldifferentiatie uit te voeren 2 weken na de stopzetting. Bloedtellingparameters, met inbegrip van een differentiële leukocyten- en trombocytentelling, moeten opgevolgd worden tot ze de normale waarden bereikt hebben. Klinische monitoring: Het is noodzakelijk om de patiënt te informeren betreffende de signalen en symptomen die mogelijk verbonden zijn aan neutropenie (koorts, keelpijn, mondulceratie), trombocytopenie en/of hemostaseproblemen (verlengde of onverwachte bloedingen, ecchymosen, purpura, donkere feces) of een TTP (cfr hieronder). Het is noodzakelijk om de patiënt te adviseren de medicatie stop te zetten en onmiddellijk zijn/haar arts te raadplegen indien een van bovenvermelde signalen of symptomen zich voordoen. De beslissing om de behandeling te hervatten kan enkel genomen worden na overweging van de klinische en biologische gegevens. De patiënt moet tevens geïnformeerd worden betreffende de symptomen van hepatitis (vb. geelzucht, ontkleurde stoelgang, donkere urine) en moet aangemoedigd worden om deze symptomen te melden aan de arts. De klinische diagnose van een zeldzame, potentieel fatale, trombotische trombocytopenische purpura (TTP) wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van trombocytopenie, hemolytische anemie, neurologische symptomen die gelijkaardig zijn aan deze van een TIA of beroerte, nierstoornissen en koorts. TTP kan plots optreden. De meeste gevallen werden waargenomen tijdens de eerste 8 weken van de behandeling. Omwille van het risico op een fatale evolutie, is het aanbevolen om in geval van vermoeden van TTP contact op te nemen met een gespecialiseerd team. De behandeling met plasmaferese staat erom bekend de prognose te verbeteren. Aangezien de toediening van bloedplaatjes kan leiden tot verhoogde trombose, moet dit, indien mogelijk, vermeden worden. Kruisreacties tussen thiënopyridines: Patiënten moeten geëvalueerd worden voor voorgeschiedenis van overgevoeligheid voor andere thiënopyridines (zoals clopidogrel, prasugrel) aangezien kruisreacties onder thiënopyridines werden gemeld (zie rubriek 4.8). Thiënopyridines kunnen milde tot ernstige allergische reacties veroorzaken zoals rash, angio-oedeem of hematologische reacties zoals thrombocytopenie en neutropenie. Patiënten die eerder een allergische en/of hematologische reactie op een thiënopyridine hebben ontwikkeld, kunnen een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van dezelfde of een andere reactie op een andere thiënopyridine. Het is aanbevolen om te controleren op kruisreacties. Hemostase: Ticlopidine moet met voorzorg gebruikt worden bij patiënten met een verhoogd bloedingsrisico. Het is aanbevolen ticlopidine niet te associëren met heparines, orale anticoagulantia en plaatjesaggregatieremmers (cf.rubriek 4.4 en 4.5); in uitzonderlijke gevallen echter waarin deze geneesmiddelen geassocieerd worden, is het noodzakelijk om een specifieke klinische en biologische monitoring uit te voeren, met inbegrip van de bloedingstijd (zie rubriek 4.5). Zelfs bij een kleine chirurgische interventie (vb. tandextractie) verwacht men een verlengde bloedingstijd. In geval van een niet-dringende chirurgische ingreep moet de behandeling, waar mogelijk, minstens 10 dagen op voorhand stopgezet worden omwille van een aanzienlijk bloedingsrisico. (behalve als er uitdrukkelijk een plaatjesaggregatieremmende werking nodig is). Na stopzetting van de behandeling, is het aanbevolen het residueel effect van het product op de hemostase te evalueren (bloedingstijd). Ticlopidine moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten die selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) krijgen (zie rubriek 4.5). In geval van een dringende chirurgische ingreep, kunnen er 3 maatregelen genomen worden, alleen of in associatie om het bloedingsrisico te beperken en de verlenging van de bloedingstijd te verminderen: toediening van 0,5 à 1 mg/kg methylprednisolon I.V., eventueel te herhalen, infusie van desmopressine in een dosis van 0,2 à 0,4 g/kg, transfusie van verse plaatjes onder de vormen van plaatjesconcentraten. Aangezien Ticlid sterk gemetaboliseerd wordt door de lever moet men dit geneesmiddel met voorzorg gebruiken bij patiënten met leverinsufficiëntie. In geval van een vermoeden van leverdysfunctie moeten leverfunctietesten uitgevoerd worden, in het bijzonder tijdens de eerste maanden van de behandeling; de behandeling moet onderbroken worden en een leverfunctietest moet uitgevoerd worden in geval van hepatitis of geelzucht. In gecontroleerde klinische studies werden er geen onverwachte problemen waargenomen bij patiënten met lichte nierinsufficiëntie; er is geen ervaring met dosisaanpassing bij patiënten met hogere graden van nierinsufficiëntie. Toch kan het bij patiënten met nierinsufficiëntie nodig zijn om de dosis ticlopidine te verminderen of de behandeling te stoppen indien hemorragische of hematologische problemen zich voordoen. Alle patiënten moeten nauwkeurig opgevolgd worden betreffende klinische tekenen en symptomen van bijwerkingen, in het bijzonder tijdens de eerste 3 maanden van behandeling.
In de klinische farmacologie, geeft Ticlid blijk van een inhiberende activiteit op sommige plaatjesfuncties; deze inhibitie uit zich vooral door een verlenging van de bloedingstijd, een afname van de adhesiviteit van de plaatjes en een afname van hun aggregatie uitgelokt door verschillende inductoren, vooral adenosinedifosfaat of ADP. Deze activiteit manifesteert zich niet in vitro maar alleen in vivo ; tot nu toe werd er echter nog geen enkele actieve metaboliet aangetoond.
Het plaatjesaggregatieremmend effect wordt waargenomen binnen de twee dagen na de toediening van Ticlid tweemaal per dag. Het maximaal plaatjeaggregatieremmend effect wordt bekomen 5 à 8 dagen na de inname tweemaal per dag van 250 mg ticlopidine.
Na de stopzetting van de behandeling normaliseren de bloedingstijd en de andere plaatjesfunctietesten binnen een week bij de meeste patiënten.
Elke tablet Ticlid bevat 250 mg ticlopidine hydrochloride.
Hulpstoffen:
De combinatie van TICLID met volgende geneesmiddelen is afgeraden: - niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID's, middelen met een pijnstillende en ontstekingsremmende werking) - andere plaatjeaggregatieremmers - orale anticoagulantia, heparines (middelen die de bloedstolling tegengaan) - salicylaten (acetylsalicylzuur, ...) - selectieve serotonineheropnameremmers (incl. maar niet beperkt tot fluoxetine of fluvoxamine), geneesmiddelen gewoonlijk gebruikt bij de behandeling van depressie - pentoxifylline, een geneesmiddel gebruikt bij slechte circulatie in armen en benen bv. claudicatio intermittens
U moet deze combinaties vermijden omwille van het verhoogd risico op bloedingen. Let wel, in geval van plaatsing van een coronaire endoprothese, is de combinatie van TICLID en acetylsalicylzuur (aspirine) wel aanbevolen gedurende de maand na de plaatsing. Als u deze associaties niet kan vermijden, volg dan nauwgezet de aanbevelingen van uw behandelende arts.
4.8. Bijwerkingen De volgende CIOMS frequentiebepaling wordt gebruikt, indien van toepassing: Zeer vaak (≥ 1/10) Vaak (≥ 1/100, < 1/10) Soms (≥ 1/1.000, <1/100) Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000) Zeer zelden (< 1/10.000) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Bloed- en lymfestelselaandoeningen Vaak: - neutropenie met inbegrip van ernstige neutropenie (cfr. Rubriek 4.4) - agranulocytose In het kader van twee grote klinische studies (multicentrische, gecontroleerde klinische studies CATS en TASS) bij 2048 patiënten met TIA/beroerte die behandeld werden met ticlopidine, werd er een nauwgezette monitoring van de bloedformule uitgevoerd. De incidentie van neutropenie bedroeg 2,4 %, waarvan 0,8 % ernstige neutropenie ( 450 neutrofielen/mm³). In deze klinische studies, zoals in de meeste gevallen die gerapporteerd werden in het kader van de geneesmiddelenbewaking, traden de meeste gevallen van ernstige neutropenie of agranulocytose ( 300 neutrofielen/mm³) op tijdens de eerste drie maanden van de behandeling met ticlopidine; ze gingen niet steeds gepaard met tekens van infectie van andere klinische symptomen (noodzaak van een monitoring van het bloedbeeld en de differentiële formule). Het beenmerg vertoonde in deze gevallen meestal een daling van de precursoren van de myeloïde reeks. Soms: trombopenie (< 80.000/mm3 ) geïsoleerd of uitzonderlijk geassocieerd met hemolytische anemie. Sepsis en septische shock kunnen fatale complicaties zijn van agranulocytose. Zelden: medullaire aplasie, pancytopenie, trombotische trombocytopenische purpura, leukemie (cfr rubriek 4.4), trombocytose. Immuunsysteemaandoeningen Zeer zelden: immunologische reacties inclusief vb. allergische reacties, anafylaxie, oedeem van Quincke, artralgie, vasculitis, lupus syndroom, overgevoeligheidsnefropathie die soms leidt tot nierfalen, allergische pneumopathie, eosinofilie. Niet bekend: geneesmiddelen-kruisallergie tussen thiënopyridines (zoals clopidogrel, prasugrel) (zie rubriek 4.4.). Zenuwstelselaandoeningen Vaak: hoofdpijn, duizeligheid. Soms: sensibele stoornissen (perifere neuropathie). Zelden: tinnitus. Bloedvataandoeningen Soms: kneuzing, ecchymose, hematurie, tandvleesbloedingen, epistaxis, conjunctivabloedingen, pre- en postoperatieve bloedingen, bloedingen die ernstig kunnen zijn, soms werden er fatale gevolgen geobserveerd. Zeer zelden: hersenbloeding. Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: diarree en nausea. De meeste gevallen van diarree zijn matig en voorbijgaand en treden op tijdens de eerste drie maanden van de behandeling. Meestal verdwijnen deze manifestaties na 1 à 2 weken zonder dat ticlopidine wordt stopgezet. Soms: gastroduodenale zweren. Zeer zelden: ernstige diarree met colitis (met inbegrip van lymfocytaire colitis). Als het effect ernstig is en aanhoudt, moet men de behandeling stopzetten. Niet bekend: gastralgie. Lever- en galaandoeningen Vaak: stijgingen van de leverenzymen, stijging alkalische fosfatasen en transaminasen (cfr rubriek 4.4). Soms: stijging van de bilirubine. Zelden: cytolytische en/of cholestatische hepatitis. Zeer zelden: gevallen van hepatitis met fatale evolutie, fulminante hepatitis. Huid- en onderhuidaandoeningen Vaak: huiderupties, in het bijzonder maculopapulair of urticarieel, vaak met pruritus. Meestal treden de erupties op tijdens de eerste drie maanden na het begin van de behandeling en gemiddeld na 11 dagen. Als de behandeling wordt stopgezet, verdwijnen de symptomen na enkele dagen. Deze erupties kunnen veralgemeend zijn. Soms: exfoliatieve dermatitis, eczeem/dermatitis. Zeer zelden: multiform erytheem, Stevens-Johnson syndroom en syndroom van Lyell. Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Niet bekend: interstitiële longziekte veroorzaakt door allergische longontsteking. Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Zeer zelden: koorts. Onderzoeken Vaak: De chronische behandeling met ticlopidine kan geassocieerd worden met een stijging van de spiegels van cholesterol en de serumtriglyceriden. De serumspiegels van HDL-C, LDL-C, VLDL-C en de triglyceriden kunnen met 8 à 10% stijgen na 1 à 4 maanden, zonder latere progressie bij voortzetting van de behandeling. De verhoudingen van de lipoproteïne subfracties (in het bijzonder de verhouding van HDL op LDL) blijven ongewijzigd. De gegevens van de klinische studies toonden aan dat het effect niet afhangt van de leeftijd, het geslacht, het alcoholverbruik of diabetes en geen gevolgen heeft voor het cardiovasculair risico.
• Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
• Antecedenten van leukopenie, trombocytopenie en agranulocytose.
• Hemorragische diathesen
• Orgaanletsels die kunnen bloeden : een actief gastroduodenaal ulcus of een hemorragisch cerebrovasculair accident in de acute fase.
• Hemopathieën die een verlenging van de bloedingstijd veroorzaken.
Zwangerschap De veiligheid van ticlopidine tijdens de zwangerschap werd niet aangetoond. Behalve in geval van absolute noodzaak, mag ticlopidine niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Borstvoeding Studies bij de rat toonden aan dat ticlopidine uitgescheiden wordt in de melk. De veiligheid van ticlopidine bij borstvoeding werd niet aangetoond. Behalve in geval van absolute noodzaak, mag ticlopidine niet gebruikt worden tijdens de borstvoeding.
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 0263350 |
|---|---|
| Organisaties | Cheplapharm Arzneimittel, De Eurocept Groep |
| Merken | Cheplapharm |
| Breedte | 48 mm |
| Lengte | 103 mm |
| Diepte | 43 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 60 |
| Actieve ingrediënten | ticlopidine hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |