Prareduct 20mg Comp 98 X 20mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Prareduct 20mg Comp 98 X 20mg

  € 19,32

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,61 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,76 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Het gebruik van pravastatine bij patiënten met een homozygote familiale hypercholesterolemie werd niet onderzocht. Prareduct is niet aangewezen voor de behandeling van hypercholesterolemie door een verhoogde HDL-cholesterol. Het is niet aangeraden pravastatine, zoals ook geldt voor alle andere HMG-CoA reductase inhibitoren, samen met een fibraat te gebruiken. Er zijn enkele gevallen gemeld waarbij statines Myasthenia gravis of oculaire myasthenie 'de novo' induceerden dan wel reeds bestaande Myasthenia gravis of oculaire myasthenie verergerden (zie rubriek 4.8). Het gebruik van Prareduct moet worden stopgezet in geval van verergering van de symptomen. Er zijn recidieven gemeld wanneer dezelfde of een andere statine (opnieuw) werd toegediend. Immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) Er zijn zeer zeldzame meldingen gedaan van immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) gedurende of na behandeling met sommige statines. IMNM wordt klinisch gekenmerkt door persisterende proximale spierzwakte en verhoogd serumcreatinekinase, die aanhouden ondanks stopzetting van de tatinebehandeling. Interstitiële longaandoening Uitzonderlijke gevallen van interstitiële longaandoening werden gerapporteerd met een aantal statines, in het bijzonder bij langetermijnbehandeling (zie rubriek 4.8). Kenmerken kunnen zijn dyspneu, niet-productieve hoest en verslechtering van de algemene gezondheid (vermoeidheid, gewichtsverlies en koorts). Indien vermoed wordt dat een patiënt aan een interstitiële longaandoening lijdt, moet de behandeling met statines worden stopgezet. Hepatische effecten Zoals bij de andere hypolipidemiërende behandelingen werd een matige stijging van de levertransaminases waargenomen. In de meeste gevallen keerden de levertransaminases terug naar de oorspronkelijke waarden zonder dat de behandeling moest stopgezet worden. Een bijzondere aandacht moet besteed worden aan patiënten bij wie onverwachts een verhoging van de serumtransaminases optreedt en de behandeling moet onderbroken worden als de hoeveelheid Alanine�Aminotransferase (ALAT) en de hoeveelheid Aspartaat-Aminotransferase (ASAT) hoger is dan drie maal de normale bovengrens en wanneer deze toestand aanhoudt. Het geneesmiddel moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten die grote hoeveelheden alcohol innemen of antecedenten van een leveraandoening hebben. In de dagelijkse praktijk detecteert men zelden rapporten van fataal en niet-fataal leverfalen bij patiënten die statines nemen, waaronder pravastatine. Mocht tijdens de behandeling met pravastatine de lever ernstig beschadigd raken en klinische symptomen en /of hyperbilirubinemie of geelzucht worden vastgesteld, onderbreek dan onmiddellijk de therapie. Als geen andere etiologie wordt gevonden, mag de pravastatinetherapie niet heropgestart worden. Diabetes Mellitus Op basis van sommige gegevens, zou men kunnen veronderstellen dat de geneesmiddelen die tot de klasse van de statines behoren, de glucoseconcentratie in het bloed doen stijgen. Bij patiënten met een verhoogd risico om in de toekomst diabetes te ontwikkelen, kunnen statines een dergelijke hyperglycemie veroorzaken dat een diabetesbehandeling noodzakelijk wordt. Dit risico is echter zo klein in vergelijking tot de daling van het cardiovasculaire risico bij een behandeling met statines, zodat de therapie om deze reden niet mag onderbroken worden. Risicopatiënten (nuchtere glucoseconcentratie: 5,6 tot 6,9 mmol/L, BMI >30kg/m², verhoogde triglyceriden, hypertensie) moeten zowel klinisch als biochemisch van nabij gevolgd worden. Musculaire effecten Zoals alle andere inhibitoren van het HMG-CoA-reductase (statines), werd ook pravastatine in verband gebracht met het optreden van myalgie, myopathie en zeer zelden rhabdomyolyse. De arts zal aan de mogelijkheid van een myopathie denken bij elke patiënt die behandeld wordt met een statine en die onverklaarde spiersymptomen zoals spierpijn, -gevoeligheid, -zwakte of -krampen heeft. In dit geval moet de plasmaconcentratie van CreatinePhosphoKinase (CPK) worden bepaald (Zie verder). De behandeling met een statine moet tijdelijk onderbroken worden als de CPK-spiegel > 5 N of in geval van ernstige klinische symptomen. Rhabdomyolyse, met of zonder secundaire nierinsufficiëntie, komt zeer zelden voor (ongeveer 1 geval per 100.000 patiëntjaren). Rhabdomyolyse is een acute aandoening van de skeletspieren, die potentieel fataal is. Deze aandoening kan zich op gelijk welk moment tijdens de behandeling voordoen en is gekenmerkt door een massale afbraak van spierweefsel en een belangrijke toename van de CPK-spiegel (doorgaans > 30 of 40 N) leidend tot myoglobinurie. Het risico op myopathie met statines lijkt afhankelijk te zijn van de graad van blootstelling, varieert naargelang de molecule (afhankelijk van de lipofilie en de farmacokinetische verschillen), is afhankelijk van de individuele dosering en de mogelijkheid van geneesmiddeleninteracties. Hoewel er geen enkele contra�indicatie is voor het voorschrijven van een statine ten aanzien van de spieren, kunnen bepaalde voorbeschikkende factoren het gevaar voor spiertoxiciteit vergroten. Een zorgvuldige evaluatie van de nut�risico-verhouding en een bijzonder klinisch toezicht is derhalve gerechtvaardigd. Bij dit soort patiënten is het aangewezen het CPK-gehalte te bepalen alvorens een behandeling met een statine te beginnen (zie verder). Het risico op een myopathie stijgt bij een gelijktijdige behandeling met andere HMG-CoA reductase inhibitoren zoals fibraten, cyclosporine, erythromycine of niacine. Het gebruik van fibraten alleen gaat sporadisch gepaard met een myopathie. Doorgaans moet het gelijktijdig gebruik van een statine en fibraten worden vermeden. De gelijktijdige toediening van pravastatine en nicotinezuur moet eveneens met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Een toename van de incidentie van myopathie werd beschreven bij patiënten die behandeld worden met andere statines in combinatie met cytochroom P450 inhibitoren. Dit kan het gevolg zijn van farmacokinetische interacties die niet werden vastgesteld voor pravastatine (zie rubriek 4.5). De symptomen in de spieren bij een behandeling met een statine, verdwijnen doorgaans na het stopzetten van de statinebehandeling. In een beperkte studie met pravastatine 40 mg per dag samen met gemfibrozil 1200 mg per dag werd geen myopathie vastgesteld, hoewel er de CK-waarden en spierklachten leken toe te nemen. Prareduct mag niet ingenomen worden samen met systemische vormen van fusidinezuur of binnen de 7 dagen na het stopzetten van een behandeling met fusidinezuur. Als de fusidinezuurbehandeling essentieel is voor de patiënt, moet de statinebehandeling onderbroken worden tijdens de volledige duur van de fusidinezuurbehandeling. Er werden gevallen gemeld van rhabdomyolyse (waaronder enkele met fatale afloop) bij patiënten die gelijktijdig fusidinezuur en statines gebruikten (zie rubriek 4.5). Raad de patiënt aan om dadelijk op medische controle te gaan bij symptomen van spierzwakte, -pijn of -gevoeligheid. De statinetherapie mag heropgestart worden zeven dagen na de laatste dosis fusidinezuur. In uitzonderlijke gevallen, waar een langdurige systemische fusidinezuurbehandeling noodzakelijk is (vb. ter behandeling van een ernstige infectie), moet het gelijktijdig toedienen van fusidinezuur en Prareduct per patiënt bekeken worden en is constant medisch toezicht noodzakelijk. Er werden gevallen gerapporteerd van myopathy, inclusief rhabdomyolyse, wanneer pravastatine gelijktijdig gebruikt werd met colchicine. Voorzichtigheid is geboden bij het gelijktijdig voorschrijven van pravastatine en colchicine (zie rubriek 4.5). Bepaling en interpretatie van CreatinePhosphoKinase: Bij asymptomatische patiënten behandeld met een statine wordt geen routinematige controle van de CreatinePhosphoKinase-spiegel (CPK) of van de andere spierenzymen aanbevolen. Het wordt evenwel aanbevolen het CPK te bepalen alvorens een behandeling met een statine te beginnen bij risicopatiënten evenals bij patiënten die tijdens de behandeling spiersymptomen ontwikkelen, zoals verder beschreven. Als de CPK-spiegel significant verhoogd is ten opzichte van de basiswaarden (> 5 N), moet deze 5 tot 7 dagen later opnieuw bepaald worden om de resultaten te bevestigen. De gemeten CPK-spiegels moeten geïnterpreteerd worden, rekening houdend met eventuele andere factoren die een tijdelijk spierletsel kunnen veroorzaken, zoals intense lichaamsbeweging of een spiertrauma. Voor het aanvatten van de behandeling: Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met risicofactoren zoals nierinsufficiëntie, hypothyroïdie, antecedenten van spiertoxiciteit bij een vorige behandeling met een statine of fibraat, bij persoonlijke of familiale antecedenten van erfelijke spierstoornissen, of bij alcoholmisbruik. In dit geval moet de CPK-waarde vóór het begin van de behandeling bepaald worden. Een bepaling van de CPK-waarde moet ook overwogen worden alvorens een behandeling in te stellen bij personen ouder dan 70 jaar, vooral wanneer deze nog risicofactoren vertonen. Als de CPK-waarde significant verhoogd is (> 5 N), mag de behandeling niet begonnen worden en na 5 tot 7 dagen moet de CPK-waarde opnieuw bepaald worden. De initiële CPK-waarde kan als referentie gebruikt worden in geval van een stijging, latere tijdens de behandeling. Tijdens de behandeling: Verwittigd de patiënt dat het absoluut noodzakelijk is om elke onverklaarde spierpijn, -gevoeligheid, -zwakte of -kramp onmiddellijk te melden. In dat geval moet de CPK-waarde bepaald worden. Als een duidelijk verhoogde concentratie van het CPK wordt waargenomen (> 5 N), moet de behandeling met het statine onderbroken worden. Een onderbreking van de behandeling moet ook overwogen worden als de spiersymptomen ernstig zijn en de dagelijkse activiteit hinderen, zelfs als de CPK waarden  5 N blijft. Als de symptomen verdwijnen en de concentratie van het CPK opnieuw normaal wordt, kan de statinebehandeling hervat worden bij de laagste dosis en onder nauwgezet toezicht. Bij vermoeden van een erfelijke spierziekte wordt het hernemen van de behandeling niet aanbevolen. Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen zoals galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorbtie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

Hypercholesterolemie

  • Primaire hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemi
    • ter aanvulling van een dieet
    • wanneer de respons op een dieet en de andere niet-farmacologische behandelingen (bijv. lichaamsbeweging, gewichtsverlies) niet volstaat

Primaire preventie

  • Reductie van de cardiovasculaire mortaliteit en morbiditei
  • bij patiënten met matige of ernstige hypercholesterolemie met een verhoogd risico van een eerste cardiovasculaire evenement
  • ter aanvulling van een dieet

Secundaire preventie

  • Reductie van de cardiovasculaire mortaliteit en morbiditei
  • bij patiënten met een antecedent van myocardinfarct of onstabiele angor en een normale of verhoogde cholesterolspiegel
  • bovenop de correctie van andere risicofactoren

Post-transplantatie

  • Reductie van hyperlipidemie na transplantatie bij patiënten die een immunosuppressieve behandeling krijgen na een orgaantransplantatie

Welke stoffen zitten er in dit geneesmiddel?

De werkzame stof in dit geneesmiddel is:

PRAREDUCT 10 mg, tabletten: Pravastatine natrium 10 mg

PRAREDUCT 20 mg, tabletten: Pravastatine natrium 20 mg

PRAREDUCT 40 mg, tabletten: Pravastatine natrium 40 mg

De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn:

Lactose – Microkristallijne cellulose – Polyvidon – Natriumcoscarmellose – Magnesiumstearaat – Magnesiumoxide – Geel ijzeroxide – Gezuiverd water.

• Gelijktijdig gebruik van Prareduct en geneesmiddelen uit de groep van de fibraten (geneesmiddelen tegen cholesterol) wordt afgeraden.

• Klinische en biochemische opvolging wordt aangeraden bij patiënten die gelijktijdig pravastatine en ciclosporine (geneesmiddel dat de immuniteit beïnvloedt) gebruiken. Voorzichtigheid is aangewezen bij patiënten die gelijktijdig pravastatine en de volgende antibiotica nemen: erytromycine of claritromycine (omdat ze de hoeveelheid pravastatine in het bloed kunnen verhogen).

• Informeer uw arts voor u Prareduct inneemt als u ook een geneesmiddel gebruikt dat behoort tot de groep van "vitamine K antagonisten" om de vorming van bloedstolsels te voorkomen. Bij gelijktijdig gebruik kan Prareduct de resultaten verhogen die gebruikt worden om de behandeling met vitamine K-antagonisten te onderzoeken.

• Voorzichtigheid is aangewezen bij patiënten die gelijktijdig pravastatine en niacine (vitamine B3) nemen.

• Prareduct mag gelijktijdig worden gebruikt met andere stoffen die de cholesterolspiegel verlagen door de uitscheiding van galzuren te verhogen (groep: hypocholesterolemiërende harsen, colestyramine, colestipol).

• Tot dusver zijn er geen wisselwerkingen gemeld met de volgende geneesmiddelen:

  • Bètablokkers (geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk)

  • Diltiazem, verapamil (calciumkanaalblokkers: geneesmiddelen tegen angina pectoris of hoge bloeddruk).

  • Pompelmoessap

  • Acetylsalicylzuur (niet-steroïdale ontstekingsremmer)

  • Geneesmiddelen om het bloed vloeibaarder te maken (warfarine)

  • Antacida, wanneer ze 1 uur voor pravastatine ingenomen werden

  • Cimetidine

  • Bepaalde geneesmiddelen tegen virussen (proteaseremmers)

  • Itraconazol, ketoconazol, fluconazol (geneesmiddelen tegen schimmels)

  • Probucol (geneesmiddel tegen cholesterol)

  • Antipyrine (geneesmiddel tegen pijn en koorts)

Wanneer u Prareduct samen met één van de volgende geneesmiddelen gebruikt kan het risico op spierproblemen stijgen:

 Als u fusidine langs orale weg moet innemen om een bacteriële infectie te behandelen, moet u tijdelijk stoppen met Prareduct in te nemen. Uw arts zal u meedelen wanneer het terug veilig is om Prareduct opnieuw in te nemen. Het gelijktijdig gebruik van Prareduct met fusidinezuur kan zelden leiden tot spierzwakte, -gevoeligheid of -pijn (rhabdomyolyse). Zie rubriek 4 voor meer informatie omtrent rhabdomyolyse. Colchicine (geneesmiddel om jicht te behandelen).

 Rifampicine (geneesmiddel om een infectie te behandelen die men tuberculose noemt)

 Lenalidomide (geneesmiddel om een soort kanker te behandelen die men multiple myeloma noemt).

 Nicotinezuur (geneesmiddel om een hoog cholesterolgehalte in het bloed te behandelen)

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Stop met de inname van Prareduct en zoek onmiddellijk medisch advies als u symptomen vertoont, zoals:

• gezwollen gezicht, lippen, mond, tong, ogen of keel, slikproblemen, netelroos en ademhalingsproblemen, duizeligheid. Dit zijn symptomen van ernstige allergische reacties (angio-oedeem, anafylaxie), die onmiddellijk moeten worden behandeld gewoonlijk in een ziekenhuis.

• onverklaarbare of aanhoudende spierpijn, gevoeligheid, zwakte of krampen, vooral indien u zich gelijktijdig ziek voelt of als u koorts hebt. In zeer zeldzame gevallen kunnen spierproblemen ernstig zijn (rhabdomyolyse) en leiden tot een ernstige en mogelijk levensbedreigende nierziekte.

• geel worden van de huid of van het wit van de ogen en/of weinig eetlust en een algemeen ziek gevoel, maagpijn. Dit zijn symptomen van een ernstige ontsteking van de lever en/of alvleesklier waarbij snel verlies van de leverfunctie optreedt.

Andere bijwerkingen

Bijwerkingen die soms optreden (kunnen optreden bij 1 op de 100 mensen):

• duizeligheid, hoofdpijn, slaapstoornissen zoals slapeloosheid en nachtmerries, geheugenstoornissen, beven

• gezichtsstoornissen (met name troebel zicht en dubbel zicht)

• een branderig gevoel in de maag (dyspepsie/pyrosis), buikpijn, misselijkheid/braken, verstopping, diarree, winderigheid, verminderde eetlust

• jeuk, huiduitslag, droge huid, problemen met de hoofdhuid en het hoofdhaar (alsook kaal worden), netelroos

• vaker moeten plassen

• seksuele stoornissen

• vermoeidheid, koorts, warmteopwellingen, smaakstoornis

Bijwerkingen die zeer zelden optreden (kunnen optreden bij 1 op de 10.000 mensen):

• overgevoeligheidsreacties (allergie), onderhuidse zwellingen en roodheid van de huid

• perifere zenuwaandoeningen (polyneuropathie) in het bijzonder na langdurig gebruik, verminderde tastzin (paresthesie)

• fulminante necrose van de lever, verhoging van bepaalde leverparameters (transaminase) in het bloed, leverfalen

• skeletspierpijn, spierkrampen, spierpijn, spieraandoeningen, spierzwakte en verhoging van de enzymen van de spieren (creatinefosfokinase) in het bloed. Ontsteking van het spierweefsel (myositis en polymyositis). Geïsoleerde gevallen van problemen met de pezen, soms gecompliceerd door een peesscheur. Spierzwakte

Bijwerkingen waarvan de frequentie niet bekend is (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):

• diabetes mellitus (suikerziekte). U hebt een verhoogd risico om diabetes te krijgen, als de vet- of glucoseconcentratie in uw bloed te hoog is, als u aan overgewicht lijdt en als uw bloeddruk te hoog is. Uw arts zal u regelmatig onderzoeken als u met dit geneesmiddel behandeld wordt.

• constante spierzwakte.

• Myasthenia gravis (een ziekte die algemene spierzwakte veroorzaakt, in sommige gevallen in spieren die worden gebruikt bij de ademhaling).

• oculaire myasthenie (een ziekte die oogspierzwakte veroorzaakt).

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van zwakte in uw armen of benen die verergert na perioden van activiteit, dubbelzien of hangende oogleden, moeite met slikken of kortademigheid.

De volgende bijwerkingen werden gemeld met sommige statines:

• geheugenverlies

• depressie

• ademhalingsproblemen zoals aanhoudende hoest en/of kortademigheid, koorts (interstitieel longlijden), vooral bij een langdurige behandeling

• diabetes mellitus: de frequentie hang af van het al dan niet aanwezig zijn van risicofactoren (nuchter gemeten bloedglucose van 5,6 mmol/L, BMI > 30kg/m², verhoogde triglyceriden, gekende hypertensie).

Uw arts zal u regelmatig controleren wanneer u dit geneesmiddel inneemt.

• dermatomyositis (ontsteking van de spieren en de huid)

Het melden van bijwerkingen:

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker.

- Overgevoeligheid voor Pravastatine of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
- Evolutieve leveraandoening waaronder een langdurige onverklaarbare verhoging van de
serumtransaminases tot drie maal hoger dan de normale bovenwaarde (>3N).
- Zwangerschap en borstvoeding.

Pravastatine mag niet ingenomen worden tijdens de zwangerschap. Pravastatine mag enkel worden toegediend aan vrouwen van vruchtbare leeftijd als een zwangerschap onwaarschijnlijk is en na de patiënten geïnformeerd te hebben over de mogelijke risico's. Bijzondere voorzorgen moeten genomen worden bij kinderen en meisjes van vruchtbare leeftijd opdat ze goed begrijpen welke de mogelijke risico's zijn van het gebruik van pravastatine tijdens de zwangerschap. De gepaste contraceptieve voorzorgen moeten genomen worden bij een pravastatinetherapie. Als een patiënte een zwangerschap overweegt of zwanger wordt, moet de arts onmiddellijk op de hoogte worden gebracht en moet de behandeling met pravastatine onmiddelijk worden stopgezet wegens het mogelijke gevaar voor de foetus. Borstvoeding: Een kleine hoeveelheid pravastatine wordt in de moedermelk uitgescheiden. Pravastatine mag niet gebruikt worden tijdens de lactatieperiode (zie rubriek 4.3).

Volwassenen

  • Aanbevolen dosis: 10 mg tot maximaal 40 mg, 1 x per dag
  • Aanbevolen dosis: 40 mg, 1 x per dag
  • Aanbevolen dosis: 20 - 40 mg, 1 x per dag

Adolescenten (14 - 18 jaar)

  • Aanbevolen dosis: 10mg tot 40mg per dag in 1 inname.

Kinderen (8 - 13 jaar)

  • Maximale aanbevolen dosis 20 mg per dag in 1 gift

Toedieningswijze

  • In één inname per dag, bij voorkeur 's avonds voor, tijdens of buiten een maaltijd
CNK 1641240
Organisaties CSP BENELUX, Daiichi Sankyo Belgium
Merken Daiichi Sankyo
Breedte 68 mm
Lengte 142 mm
Diepte 48 mm
Hoeveelheid verpakking 98
Actieve ingrediënten pravastatine natrium
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)