Novalgine Comp. Oblong 20 X 500mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Novalgine Comp. Oblong 20 X 500mg

  € 4,51

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,51 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 4,51 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 4,51
Op voorraad

4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Agranulocytose Behandeling met metamizol kan agranulocytose veroorzaken, wat fataal kan zijn (zie rubriek 4.8). Het kan ook optreden als metamizol eerder zonder complicaties is gebruikt. Agranulocytose door metamizol is een idiosyncratische bijwerking. Het is niet dosisafhankelijk en kan op elk moment tijdens de behandeling optreden, zelfs kort na stopzetting van de behandeling. Patiënten moeten de instructie krijgen om hun behandeling te staken en onmiddellijk medische hulp te zoeken indien zich symptomen voordoen die wijzen op agranulocytose (bijv. koorts, koude rillingen, keelpijn en pijnlijke veranderingen van het slijmvlies, met name in de mond, neus en keel of in de genitale of anale regio). Als metamizol wordt ingenomen tegen koorts, kunnen sommige symptomen van opkomende agranulocytose onopgemerkt blijven. Ook kunnen symptomen gemaskeerd blijven bij patiënten die een antibioticabehandeling krijgen. Als er tekenen en symptomen optreden die wijzen op agranulocytose, dient onmiddellijk een compleet bloedbeeld (inclusief differentiatie) te worden gedaan en in afwachting van de resultaten dient de behandeling te worden gestaakt. Bij bevestiging mag de behandeling niet opnieuw worden geïntroduceerd (zie rubriek 4.3).

Pancytopenie In het geval van pancytopenie moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet en moet het volledig bloedbeeld worden opgevolgd tot het normale waarden aangeeft. Patiënten die metamizol gebruiken, dienen geadviseerd te worden onmiddellijk medisch advies in te winnen indien zij tekenen en symptomen ontwikkelen die duiden op bloeddyscrasie (bv. algemene malaise, ontsteking, aanhoudende koorts, blauwe plekken, bloedingen, bleekheid).

Anafylactische shock Deze reacties treden voornamelijk op bij overgevoelige patiënten. Het voorschrijven van metamizol aan patiënten met astma of atopie moet dus met voorzorg gebeuren (zie rubriek 4.3 Contra-indicaties). Patiënten die een anafylactoïde reactie ontwikkelden na toediening van metamizol, hebben een verhoogd risico op gelijkaardige reacties na toediening van andere niet-narcotische analgetica. Patiënten die een anafylactische of allergische reactie ontwikkelden (bijv. agranulocytose) na toediening van metamizol, hebben een verhoogd risico op gelijkaardige reacties na toediening van andere pyrazolones of pyrazolidines.

Anafylactische/anafylactoïde reacties Bij de keuze van de toedieningsweg moet men rekening houden met het verhoogd risico op anafylactische/anafylactoïde reacties dat gepaard gaat met de parenterale toediening. Bij de volgende patiënten is voorzichtigheid bijzonder vereist aangezien ze een bijzonder risico hebben om ernstige anafylactoïde reacties te ontwikkelen na toediening van metamizol (zie rubriek 4.3 "Contra-indicaties") :

  • Patiënten met een bekend risico op de ontwikkeling van bronchospasmen of andere anafylactoïde reacties (bijv. urticaria, rhinitis, Quincke-oedeem) na inname van analgetica (bijv.salicylaten, paracetamol, diclofenac, ibuprofen, indometacine, naproxen).
  • Patiënten die lijden aan bronchiaal astma, in het bijzonder deze waarbij het astma gepaard gaat met rhinosinusitis veroorzaakt door poliepen.
  • Patiënten die lijden aan chronische urticaria
  • Patiënten die alcoholintolerantie vertonen, d.w.z.. patiënten die sterk reageren op de aanwezigheid van een minimale hoeveelheid alcohol in sommige dranken. De symptomen zijn uitgesproken roodheid van het gelaat, niezen en tranenvloed. Alcoholintolerantie kan wijzen op een nog niet gediagnosticeerd analgetisch astma syndroom.
  • Patiënten die intolerant zijn voor kleurstoffen (bijv. tartrazine) of bewaarmiddelen (bijv. benzoaten). Voor de toediening van metamizol moet de patiënt specifiek ondervraagd worden. Bij patiënten waarbij een risico op anafylactoïde reacties is geïdentificeerd, moet het gebruik van metamizol geëvalueerd worden in functie van de risk/benefit verhouding. In geval van toediening in dergelijke situaties, is een strikt medisch toezicht vereist en moeten de beschikbare modaliteiten van spoedbehandeling geëvalueerd worden.

Geïsoleerde hypotensieve reacties: De toediening van metamizol kan aanleiding geven tot geïsoleerde hypotensieve reacties (zie rubriek 4.8. "Bijwerkingen"). Het is mogelijk dat deze reacties dosisafhankelijk zijn. Ze treden vooral op na parenterale toediening. Om ernstige hypotensieve reacties van deze aard te vermijden, moet men : - de intraveneuze injectie traag uitvoeren - de hemodynamiek herstellen van patiënten die lijden aan vooraf bestaande hypotensie met volumetekort of dehydratatie, instabiele circulatie of een beginnende circulatoire collaps. - aandacht besteden aan patiënten die hoge koorts vertonen. De toediening van metamizol bij dergelijke patiënten moet nauwgezet geëvalueerd worden en de toediening moet onderstrikte medische controle gebeuren. Preventieve maatregelen zoals een stabilisatie van de circulatie kunnen nodig zijn om het risico op hypotensieve reactie te verminderen. Wat de patiënten met hypotensie of een instabiele circulatie betreft, (zie rubriek 4.3. "Contra-indicaties").

Ernstige huidreacties Er zijn ernstige bijwerkingen van de huid (SCAR's,'severe cutaneous adverse reactions') waaronder, het syndroom van Stevens-Johnson (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) en DRESS-syndroom (geneesmiddelreactie met eosinofilie en systemische symptomen), die levenbedreigend of faat kunnen zijn, gemeld bij de behandeling met metamizol. Patiënten dienen te worden geïnformeerd over de tekenen en symptomen en nauwlettend gecontroleerd te worden op huidreacties. Wanneer zich tekenen en symptomen voordoen die wijzen op deze reacties, moet de toediening van metamizol onmiddellijk worden stopgezet en mag die op geen enkel moment worden hervat (zie rubriek 4.3).. Metamizol mag alleen onder strikte monitoring van het hemodynamisch systeem toegediend worden bij patiënten waarbij een bloeddrukdaling absoluut moet vermeden worden. Het gaat om patiënten met ernstig coronair lijden of stenosen van de bloedvaten die de hersenen bevoelen. Bij patiënten met nier- of leverinsufficiëntie moet de toediening van hoge dosissen metamizol vermeden worden omwille van een verminderde eliminatiesnelheid. De intraveneuze injectie moet zeer traag gebeuren aan een snelheid van niet meer dan 1 ml per min. om de injectie te kunnen stopzetten bij de eerste tekens van een anafylactische of anafylactoïde shock (zie rubriek 4.8 "Bijwerkingen"). NOVALGINE moet zeer traag (max. 1 ml/min) geïnjecteerd worden bij een patiënt in liggende houding en onder controle van de bloeddruk, het hartritme en het ademhalingsritme. Een te snelle injectie zou een bloeddrukdaling kunnen uitlokken.. Een voorafgaande test (injectie van 0,1 tot 0,2 ml en observatie van de patiënt gedurende 1 tot 2 minuten) onmiddellijk voor de toediening van de totale dosis kan het risico op anafylactische shock verminderen. Als de koorts aanhoudt of optreedt na toediening van pyrazolderivaten zoals NOVALGINE, of als er pijnlijke huid- of slijmvliesletsels ter hoogte van de mond of de farynx worden waargenomen in de loop van de behandeling, moet de behandeling onmiddellijk stopgezet worden en mag er geen ander analgeticum of antipyreticum toegediend worden. Deze periode duurt meestal 2 tot 3 weken, de periode waarin het aangewezen is om breedspectrumantibiotica en antimycotica toe te dienen. Soms wordt er een rode verkleuring van de urine waargenomen : ze is ongevaarlijk en ze is te wijten aan de excretie van een ongevaarlijke metaboliet : rubazonzuur.

Geneesmiddelgeïnduceerd leverletsel Gevallen van acute hepatitis van voornamelijk hepatocellulair patroon werden gemeld bij patiënten die met metamizol werden behandeld, met een aanvang van enkele dagen tot een paar maanden na de start van de behandeling. Tekenen en symptomen omvatten verhoogde leverenzymen in het serum met of zonder geelzucht, vaak in het kader van andere overgevoeligheidsreacties op het geneesmiddel (bijv. huiduitslag, bloeddyscrasieën, koorts en eosinofilie) of gepaard gaande met kenmerken van auto-immuunhepatitis. De meeste patiënten herstelden bij stopzetting van de behandeling met metamizol; toch werd in geïsoleerde gevallen progressie naar acuut leverfalen gemeld waarvoor levertransplantatie nodig was. Het mechanisme van door metamizol geïnduceerd leverletsel is niet volledig opgehelderd, maar de beschikbare gegevens duiden op een immuno-allergisch mechanisme. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om contact op te nemen met hun arts indien symptomen die wijzen op leverletsel optreden. Bij dergelijke patiënten moet metamizol worden stopgezet en moet de leverfunctie worden beoordeeld. Metamizol mag niet opnieuw worden toegediend aan patiënten met een episode van leverletsel tijdens de behandeling met metamizol, waarvoor geen andere oorzaak van leverletsel is vastgesteld.

  • Ernstige of resistente pijn en koorts

Novalgine® behoort tot de groep van de pyrazolderivaten, en heeft een in hoofdzaak analgetische en antipyretische werking. Het heeft ook, in mindere mate, spasmolytische eigenschappen. Zijn werkingsmechanisme is niet volledig opgehelderd, maar zou onder gebaseerd zijn op een inhibitie van de prostaglandinesynthese door blokkering van het enzym cyclo-oxygenase.

Novalgine® 500 mg, filmomhulde tabletten : natriummetamizol 500 mg per tablet.

Hulpstoffen:

  • Hypromellose
  • Macrogol 4.000
  • Macrogol 8.000
  • Magnesiumstearaat
  • Natriumsaccharine dihydraat
  • Talk
  • Titaandioxide ( E 171)

Gebruikt u of uw kind naast Novalgine nog andere geneesmiddelen, heeft u of uw kind dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u of uw kind in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Als u of uw kind behandeld wordt met ciclosporine (middel tegen afstoting na een transplantatie), kan de werking van dit geneesmiddel verminderd zijn door de inname van Novalgine.

Novalgine kan de leverschade welke door methotrexaat kan veroorzaakt worden, verhogen, dit vooral bij oudere patiënten. Daarom dient de combinatie van Novalgine en methotrexaat vermeden te worden.

Novalgine kan het effect van Aspirine op het samenpakken van de bloedplaatjes verminderen. Daarom moet deze combinatie met voorzichtigheid gebruikt worden indien u Aspirine neemt om uw hart te beschermen.

Novalgine kan het gehalte bupropion (geneesmiddel gebruikt bij depressies of als hulpmiddel bij het stoppen met roken) in uw bloed verminderen en het gehalte van diens actief afbraakproduct verhogen. Daarom wordt voorzichtigheid aanbevolen wanneer Novalgine en bupropion samen gebruikt worden.

Novalgine kan interfereren met bepaalde laboratoriumtesten (vb. om het gehalte aan creatinine, triglyceriden, HDL-cholesterol en urinezuur te meten in uw bloed).

  1. MOGELIJKE BIJWERKINGEN.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Stop met het gebruik van Novalgine en neem onmiddellijk contact op met een arts als u een van de volgende klachten heeft:

Misselijk gevoel (misselijkheid of braken), koorts, vermoeidheid, verlies van eetlust, donkere urine, lichtgekleurde stoelgang, vergeling van de huid of het witte deel van de ogen, jeuk, uitslag of maagpijn. Deze klachten kunnen tekenen zijn van leverletsel. Zie ook rubriek 2 Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Novalgine kan de volgende bijwerkingen veroorzaken:

Hartaandoeningen

Kounis syndroom (infarct met allergische oorzaak)

Occasioneel kunnen er voorbijgaande en geïsoleerde hypotensieve reacties (niet geassocieerd met andere tekens van anafylactische/anafylactoïde reactie) optreden na toediening. In zeer zeldzame gevallen manifesteert deze reactie zich door een kritieke bloeddrukdaling.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Zelden:

  • Leukopenie (tekort aan witte bloedlichaampjes)

  • Zeer ernstige, veralgemeende vorm van bloedarmoede (aplastische anemie), met inbegrip van deze met dodelijke afloop

Zeer zelden:

  • Trombocytopenie (bloedafwijking (tekort aan bloedplaatjes) die gepaard gaat met blauwe plekken en bloedingsneiging)

  • Agranulocytose (een abnormaal laag aantal witte bloedcellen in het bloed)

De symptomen van agranulocytose zijn de volgende:

 koorts die niet onderdrukt kan worden of die optreedt na toediening van Novalgine

 rillingen

 keelpijn

 pijnlijke huid- of slijmvliesletsels zoals zweren in de mond, de keel of op de geslachtsorganen

Als u één van bovenstaande tekens of symptomen krijgt, stop dan onmiddellijk de behandeling en raadpleeg uw arts. Toon uw arts de doos van Novalgine. Deze symptomen zouden namelijk kunnen wijzen op agranulocytose, een zeer zeldzame maar niettemin zeer ernstige tot mogelijks fatale bijwerking die Novalgine kan veroorzaken.

Pancytopenie, een zeer ernstige tot mogelijks fatale bloedafwijking. De volgende symptomen kunnen daarop wijzen:

 algemeen gevoel van zich onwel voelen dat optreedt na toediening van Novalgine

NOVALGINE mag niet gebruikt worden in de volgende gevallen :
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
- Overgevoeligheid voor andere pyrazolones (bijv. fenazon, propyfenazon), of pyrazolidines (bijv. fenylbutazon, oxyfenbutazon) met inbegrip bijvoorbeeld van antecedenten van agranulocytose ontwikkeld na toediening van één van deze producten.
- Beenmerginsufficiëntie (bijv. na een behandeling met cytostatica) of ziekten van het hematopoëtisch systeem.
- Bij patiënten die erom bekend staan een bronchospasme of andere anafylactoïde reacties te ontwikkelen (bijv. urticaria, rhinitis, Quincke-oedeem) na inname van analgetica zoals : salicylaten, paracetamol, diclofenac, ibuprofen, indometacine, naproxen.
- Acute intermitterende leverporfyrie (risico op inductie van porfyrie-aanvallen).
- Congenitaal tekort aan glucose-6-fosfaat dehydrogenase (risico op hemolyse).
- Zuigelingen jonger dan 3 maanden of die minder dan 5 kg wegen.
- NOVALGINE mag niet via intraveneuze weg geïnjecteerd worden bij kinderen tussen 3 en 11 maanden.
- NOVALGINE mag niet geïnjecteerd worden bij patiënten met hypotensie of waarbij de hemodynamische toestand instabiel is
- Zwangerschap
- Borstvoeding

4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap: Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over het gebruik van metamizol bij zwangere vrouwen. Op basis van gepubliceerde gegevens is er geen bewijs voor teratogene of embryotoxische effecten bij zwangere vrouwen die gedurende het eerste trimester (n=568) blootgesteld werden aan metamizol. Bij speciale gevallen kunnen enkelvoudige doses metamizol gedurende het eerste en tweede trimester aanvaardbaar zijn indien er geen andere behandelingsopties zijn. Over het algemeen echter wordt het gebruik van metamizol tijdens het eerste en tweede trimester niet aanbevolen. Gebruik gedurende het derde trimester gaat gepaard met foetotoxiciteit (verminderde nierfunctie en vernauwing van de ductus arteriosus) en dus is het gebruik van metamizol tijdens het derde trimester van de zwangerschap gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3). In geval van onbedoeld gebruik van metamizol tijdens het derde trimester dienen het vruchtwater en de ductus arteriosus gecontroleerd te worden via echografie en echocardiografie.Metamizol gaat door de placentawand. Bij dieren veroorzaakte metamizol reproductietoxiciteit, maar geen teratogeniciteit (zie rubriek 5.3). Borstvoeding: De afbraakproducten van metamizol worden in belangrijke mate afgescheiden in de moedermelk en een risico voor zuigelingen kan niet worden uitgesloten. Vooral het herhaaldelijk gebruik van metamizol tijdens de borstvoeding moet daarom vermeden worden. In geval van een enkele toediening van metamizol wordt moeders aangeraden om de moedermelk gedurende 48 uur na de toediening af te kolven en weg te doen. Vruchtbaarheid Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het effect van metamizol op de vruchtbaarheid bij de man en de vrouw.

Volwassenen en kinderen > 15 jaar

  • Dosis per inname: 1 à 2 tabletten
  • Maximale dosis: 2 tabletten om de 6 uur (= 8 tabletten per dag)
  • Dosisaanpassingen zijn aangewezen bij patiënten met nier- of leverinsufficiëntie, bij bejaarden en bij patiënten waarvan de algemene toestand verzwakt is

Toedieningswijze

  • Kan tijdens of tussen maaltijden ingenomen worden
CNK 0122176
Organisaties Opella Healthcare
Merken Opella Healthcare
Breedte 66 mm
Lengte 92 mm
Diepte 23 mm
Hoeveelheid verpakking 20
Actieve ingrediënten metamizol natrium
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)