Diprophos 10mg/2ml 4mg/2ml Susp Inj Amp 1 X 2ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Diprophos 10mg/2ml 4mg/2ml Susp Inj Amp 1 X 2ml

  € 13,45

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,63 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,58 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 13,45
Op voorraad

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Diprophos is niet geschikt voor intraveneus of subcutaan gebruik. Er zijn ernstige neurologische voorvallen gerapporteerd bij epidurale injectie van corticosteroïden, waarvan sommigen zelfs tot de dood hebben geleid. De gerapporteerde voorvallen omvatten onder andere dwarslaesie, paraplegie, quadriplegie, corticale blindheid en cardiovasculair accident. Deze ernstige neurologische voorvallen werden gerapporteerd met en zonder gebruik van fluoroscopie. De veiligheid en werkzaamheid van epidurale toediening van corticosteroïden zijn niet vastgesteld, en de corticosteroïden zijn voor deze wijze van gebruik niet goedgekeurd. Feochromocytoomcrisis, wat dodelijk kan zijn, is gemeld na toediening van systemische corticosteroïden. Corticosteroïden mogen alleen worden toegediend aan patiënten met een vermoedelijke of geconstateerde feochromocytoom na een passende risico-batenanalyse. ANTISEPTISCHE TECHNIEKEN ZIJN NOODZAKELIJK. Diprophos bevat twee betamethasonesters, waarvan betamethason-dinatriumfosfaat snel van de plaats van injectie verdwijnt. Bijgevolg moet de arts bij gebruik van dit product rekening houden met het feit dat de oplosbare fractie van Diprophos een systemisch effect kan hebben. Abrupt stopzetten of verminderen van de toediening bij chronisch gebruik (bij zeer hoge dosis zelfs reeds na korte tijd) of bij een verhoogde behoefte aan corticoïden (tengevolge van stress: infectie, trauma, chirurgische ingreep), kan bijnierschorsinsufficiëntie bespoedigen. De dosis dient dus geleidelijk verminderd te worden. Bij stress kan het opnieuw toedienen van corticoïden of een dosisverhoging soms nodig zijn. De vermindering van de dosis moet dus onder strikt medisch toezicht worden uitgevoerd en het is soms noodzakelijk de patiënt te volgen gedurende een periode van maximaal één jaar na het stopzetten van een langdurige behandeling of een behandeling met hoge doses. De symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie zijn: malaise, spierzwakte, mentale stoornissen, lethargie, spier- en botpijn, desquamatie van de huid, dyspnoea, anorexie, nausea, braken, koorts, hypoglycemie, hypotensie, dehydratatie, zelfs overlijden als gevolg van het abrupt onderbreken van de therapie. De bijnierschorsinsufficiëntie wordt behandeld door het toedienen van corticosteroïden, mineralocorticoïden, water, natriumchloride en glucose. Snelle intraveneuze injecties van hoge dosissen corticoïden kunnen aanleiding geven tot cardiovasculaire collaps; daarom moet de injectie toegediend worden over een periode van 10 minuten. In zeldzame gevallen hebben zich anafylactoïde/anafylactische reacties met een kans op shock voorgedaan bij patiënten die een parenterale corticosteroïdentherapie kregen. Er moeten passende voorzorgsmaatregelen worden genomen bij patiënten die een voorgeschiedenis hebben van allergische reacties op corticosteroïden. Bij een langdurige corticoïdentherapie moet bij de overgang van parenterale naar orale toediening rekening gehouden worden met de mogelijke baten en risico's. Bij intra-articulaire injectie moet het volgende opgemerkt worden: - Dit type van toediening kan zowel lokale als systemische effecten hebben. - Onderzoek van eventueel in het gewricht aanwezig vocht is onontbeerlijk om septische processen uit te sluiten. - Vermijd lokale injectie in een vooraf geïnfecteerd gewricht. - Een duidelijke toename van pijn en een lokale zwelling, een verdere beperking van gewrichtsbeweging, koorts en malaise, kunnen een aanwijzing zijn voor septische artritis. Als de diagnose van infectie bevestigd word, moet een geschikte antimicrobiële behandeling gestart worden. - Corticoïden mogen niet ingespoten worden in onstabiele gewrichten, geïnfecteerde plaatsen of intervertebrale ruimten. - Herhaalde injecties in gewrichten die aangetast zijn door osteoartritis kan de gewrichtsbeschadiging verergeren. - Vermijd het inspuiten van corticoïden direct in de peessubstantie, omdat dit later aanleiding kan geven tot peesbreuken. Intramusculaire injecties van corticoïden moeten diep in de massa van grote spieren gegeven worden om lokale weefselatrofie te vermijden. De toediening van een corticoïde in weke weefsels of een intralaesionale of intra-articulaire toediening kan zowel systemische als lokale effecten veroorzaken. Specifieke risicogroepen Gezien de glucocorticoïde eigenschappen van betamethason (omzetting van eiwitten tot glucose) mag het bij diabetici alleen tijdens een korte periode en onder strikt medisch toezicht gebruikt worden. Bij patiënten met een hypothyroïdie of een cirrose neemt het glucocorticoïde effect toe. In geval van oculaire herpes simplex moet het gebruik van Diprophos worden vermeden vanwege de kans op een perforatie van de cornea. PATIENTEN ONDER CORTICOSTEROIDENTHERAPIE MOGEN DE VOLGENDE BEHANDELINGEN NIET ONDERGAAN: - VACCINATIE TEGEN VARIOLA, - ANDERE IMMUNISATIEPROCEDURES (VOORAL BIJ HOGE DOSERING) VANWEGE MOGELIJKE NEUROLOGISCHE COMPLICATIES EN TEKORT AAN ANTILICHAAMRESPONS. Patiënten die corticoïden krijgen als substitutietherapie (bijvoorbeeld ziekte van Addison) mogen wel geïmmuniseerd worden. De associatie met diuretica zoals thiaziden kan het risico op glucose-intolerantie verhogen. Patiënten die tegelijkertijd behandeld worden met een corticoïde en een oestrogeen, moeten gecontroleerd worden op het optreden van overmatige corticoïdeneffecten. Een gelijktijdige toediening van corticoïden en cardiotonische glycosiden kan het risico op hartaritmieën of digitalistoxiciteit als gevolg van hypokaliëmie verhogen. Het komt vaak voor dat patiënten die cardiotonische glycosiden nemen, ook diuretica gebruiken die een kaliumdepletie veroorzaken; in dat geval is het noodzakelijk het kaliumgehalte te bepalen. Corticoïden kunnen de kaliumdepletie als gevolg van amfotericine B vergroten. Bij alle patiënten die één van deze geneesmiddelencombinaties nemen, moeten de serumelektrolyten, in het bijzonder het kaliumgehalte in het serum, strikt gecontroleerd worden. Het gelijktijdige gebruik van corticoïden en anticoagulantia van het coumarinetype kan de anticoagulerende effecten verhogen of verminderen, wat een aanpassing van de dosis noodzakelijk kan maken. Bij patiënten die anticoagulantia nemen in combinatie met glucocorticoïden, moet rekening worden gehouden met de kans op een gastro-intestinaal ulcus als gevolg van de corticoïden en met het toegenomen risico op interne bloedingen. Corticoïden kunnen salicylaatconcentraties in het bloed doen verminderen. Wanneer de corticoïdendosering wordt verminderd of de behandeling wordt stopgezet, moeten de patiënten op salicylisme gecontroleerd worden. Associatie van glucocorticoïden en salicylaten kan de frequentie of de ernst van gastro-intestinale ulceratie doen toenemen. Associatie met niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen of alcohol kan resulteren in een verhoogd risico op gastro-intestinale ulceratie of de verergering van een bestaand ulcus. Bij diabetici is het soms noodzakelijk de dosis orale antidiabetica of insuline aan te passen gezien het intrinsieke hyperglykemische effect van glucocorticoïden. Associatie met somatotropine kan de respons op dit hormoon verminderen. Doses van betamethason van meer dan 300 - 450 mcg (0,3 tot 0,45 mg) per m2 lichaamsoppervlakte per dag moeten vermeden worden gedurende de toediening van somatotropine. Verwacht wordt dat gelijktijdige behandeling met CYP3A-remmers, waaronder geneesmiddelen die cobicistat bevatten, het risico op systemische bijwerkingen zal verhogen. De combinatie moet worden vermeden, tenzij de voordelen zwaarder wegen dan het verhoogde risico op systemische corticosteroïde bijwerkingen, in welk geval patiënten moeten worden gecontroleerd op systemische corticosteroïde bijwerkingen. Andere vormen van interactie Laboratoriumtestinteracties Corticoïden kunnen de nitroblauwtetrazolium-test beïnvloeden en fout-negatieve resultaten opleveren.

Allergische toestanden

  • Status asthmaticus, chronisch bronchiaal astma, seizoensgebonden of niet-seizoensgebonden allergische rhinitis, ernstige allergische bronchitis, contactdermatitis, atopische dermatitis, hooikoorts, angioneurotisch oedeem, serumziekte, overgevoeligheidsreacties op geneesmiddelen of als gevolg van insectenbeten.

Reumatoïde aandoeningen

  • Osteoartritis, reumatoïde polyartritis, bursitis, lumbago, sciatica, coccydynia, acute jichtartritis, torticollis, ganglioncyste, ankyloserende spondylartritis, radiculitis, exostosis, fasciitis.

Dermatologische aandoeningen

  • Atopische dermatitis (nummulair eczeem), neurodermatitis (lichen simplex circumscriptus), contactdermatitis, ernstige zonne-actinitis, urticaria, hypertrofe lichen planus, necrobiosis lipoidica diabeticorum, alopecia areata, discoïde lupus erythematosus, psoriasis, keloïden, pemphigus, dermatitis herpetiformis, cystische acne.

Collageenziekten

  • Bij exacerbatie of als onderhoudsbehandeling in bepaalde geselecteerde gevallen van lupus erythematosus disseminatus, periarteritis nodosa, sclerodermie en dermatomyositis.

Neoplastische aandoeningen

  • Als palliatieve behandeling bij leukemie en lymfoom bij volwassenen en acute leukemie bij kinderen.

Andere aandoeningen

  • Adrenogenitaal syndroom, hemorragische rectocolitis, regionale ileitis, spruw, bloeddyscrasieën die reageren op corticoïden, nefritis, nefrotisch syndroom.
  • Een primaire of secundaire cortico-adrenale insufficiëntie kan behandeld worden door toediening van betamethason, maar indien nodig moeten mineralocorticoïden worden toegevoegd.
  • De werkzame stoffen in dit middel zijn 6,43 mg/ml betamethasondipropionaat (overeenkomend met 5 mg betamethason) en 2,63 mg/ml betamethasondinatriumfosfaat (overeenkomend met 2 mg betamethason).

  • De andere stoffen in dit middel zijn: dinatriumfosfaatdihydraat*, natriumchloride, dinatriumedetaat, polysorbaat 80, benzylalcohol (E1519), methylparahydroxybenzoaat, propylparahydroxybenzoaat, natriumcarboxymethylcellulose, macrogolen, waterstofchloride, water voor injecties, stikstof. *Watervrij voor Diprophos Disposable Syringe.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? Gebruikt u naast Diprophos nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Vertel met name uw arts of apotheker als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • anti-epileptica;

  • antibiotica;

  • hormonale geneesmiddelen;

  • geneesmiddelen voor hart of bloedproblemen, zoals diuretica.

Dit is omdat de dosis van sommige geneesmiddelen misschien moet worden aangepast wanneer u Diprophos gebruikt.

Vertel het uw arts of apotheker ook als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • ontstekingsremmers.

Dit is omdat uw maag of darm misschien niet even goed zal werken als u deze geneesmiddelen tegelijkertijd met Diprophos gebruikt.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

Sommige geneesmiddelen kunnen de effecten van Diprophos vergroten en het kan zijn dat uw arts u zorgvuldig wil controleren als u deze geneesmiddelen gebruikt (waaronder enkele geneesmiddelen voor hiv: ritonavir, cobicistat).

Vergeet niet uw arts te vertellen dat u Diprophos gebruikt als hij of zij overweegt om u enkele laboratoriumtests te laten doen.

Tijdens een behandeling met Diprophos kunt u de volgende bijwerkingen krijgen:

  • veranderingen in uw hartslag, verhoogde bloeddruk;

  • zwakke spieren, spierpijn, tekort aan calcium;

  • waterophoping;

  • dunner worden van de huid, blauwe plekken, roodheid in het gezicht, wonden die langzamer genezen, gevoeligheidsreacties, meer zweten, urticaria;

  • bepaalde aandoeningen van maag of darm, zoals zweren, hik;

  • stuipen, overdreven gevoel van welzijn (euforie), slaapproblemen (slapeloosheid), draaiduizeligheid, hoofdpijn, stemmingswisselingen, ernstige depressie, overdreven prikkelbaarheid, psychotische reacties, vooral bij patiënten met een voorgeschiedenis van psychiatrische aandoeningen;

  • oogaandoeningen, zoals cataract, glaucoom of uitpuiling van de oogbol uit zijn gebruikelijke plaats;

  • wazig zien;

  • vollemaansgezicht (opgezwollen gezicht), acne, verstoorde menstruatie en libido, meer behoefte aan insuline of orale diabetesmedicatie bij diabetici, het optreden van symptomen van latente diabetes mellitus;

  • vertraagde groei bij de foetus of het kind;

  • gewichtstoename;

  • remming van huidtests;

  • maskering van symptomen van een infectie, activering van een latente infectie;

  • verminderde weerstand tegen infecties, vooral infecties als gevolg van mycobacteriën, tuberculose, Candida albicans en virussen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via het nationale meldsysteem: voor België: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.

Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

  • U heeft een allergische reactie gehad voor andere corticosteroïden.

  • U heeft een schimmelinfectie; vertel het uw arts voordat u Diprophos gebruikt. Het is mogelijk dat uw arts de infectie wil behandelen voordat u Diprophos gebruikt.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Aangezien er niet voldoende teratologische onderzoeken zijn verricht bij de mens, mogen glucocorticoïden tijdens de zwangerschap, de borstvoedingsperiode en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd alleen worden toegediend nadat de verwachte heilzame effecten van deze middelen zijn afgewogen tegen de mogelijke risico's voor moeder, embryo en foetus. Zwangerschap Wanneer vóór de bevalling corticoïdentherapie is geïndiceerd, moeten de voor- en nadelen afgewogen worden en moet het klinische voordeel vergeleken worden met de bijwerkingen (met name een mogelijke groeivertraging en verhoogd risico op infectie). In sommige gevallen is het nodig om de behandeling met corticoïdenpreparaten tijdens de zwangerschap voort te zetten of zelfs de dosis te verhogen (bijvoorbeeld bij substitutietherapie met corticoïden). Intramusculaire toediening van betamethason leidt tot een aanzienlijke vermindering van de frequentie van dyspnoe bij de foetus als het product méér dan 24 uur vóór de bevalling (vóór de 32 e zwangerschapsweek) wordt toegediend. Uit gepubliceerde gegevens blijkt dat het profylactische gebruik van corticoïden na de 32 e zwangerschapsweek nog altijd controversieel is. De arts moet dan ook de voordelen en de potentiële gevaren voor de moeder en de foetus afwegen bij gebruik van corticoïden na de 32 e zwangerschapsweek. Corticoïden zijn niet geïndiceerd voor de behandeling van hyaliene-membranenziekte na de geboorte. In geval van profylactische behandeling van hyaliene-membranenziekte bij prematuren mogen corticoïden niet worden toegediend aan zwangere vrouwen met pre-eclampsie of eclampsie of met tekens van placentaire beschadiging. Kinderen van moeders die aanzienlijke doses corticoïden toegediend kregen tijdens de zwangerschap, moeten nauwlettend gevolgd worden op tekenen van bijnierschorsinsufficiëntie. Wanneer moeders vóór de bevalling injecties met betamethason toegediend krijgen, vertonen hun zuigelingen een tijdelijke remming van het foetale groeihormoon en waarschijnlijk ook van de hypofysehormonen die de corticoïdenproductie regelen, zowel in de definitieve als foetale zones van de bijnieren van de foetus. De remming van het foetale hydrocortison beïnvloedde echter niet de hypofyse�bijnier-respons op stress na de geboorte. Aangezien corticoïden door de placenta heen gaan, moeten pasgeborenen en baby's van moeders die gedurende een groot gedeelte of een bepaald gedeelte van de zwangerschap behandeld werden met corticoïden, zorgvuldig onderzocht worden om een mogelijk, hoewel zeer zeldzaam, congenitaal cataract op te sporen. Vrouwen die gedurende de zwangerschap corticoïden toegediend kregen, moeten gedurende en na de ontsluitingsweeën en tijdens de verlossing gecontroleerd worden op bijnierschorsinsufficiëntie, tengevolge van de stress veroorzaakt door de geboorte. Studies hebben een verhoogd risico op neonatale hypoglykemie aangetoond na prenatale toediening van een korte kuur betamethason aan vrouwen met een risico op late vroeggeboorte.

Borstvoeding Corticoïden passeren de placentabarrière en komen voor in de moedermelk. Aangezien de mogelijkheid bestaat dat Diprophos ongewenste bijwerkingen veroorzaakt bij kinderen die borstvoeding krijgen, dient de beslissing genomen te worden om of de borstvoeding of het toedienen van corticoïden stop te zetten, rekening houdend met het belang van het geneesmiddel voor de moeder.

  • Verlichting van de pijn en herstel van het volledige bewegingsbereik binnen enkele uren.

CHRONISCHE BURSITIS

  • Nadat een gunstige respons op een acute behandeling werd verkregen, kan de dosis worden verminderd.

TENDINITIS, TENSOSYNOVITIS, PERITENDINITIS

  • Acuut: 1 injectie kan de toestand van de patiënt al verbeteren.
  • Chronisch: herhaling kan nodig zijn, maar hangt af van de toestand van de patiënt.

REUMATOIDE POLYARTRITIS, OSTEOARTRITIS

  • Aanbevolen doses:
    • grote gewrichten (bv. knie, heup) : 1 tot 2 ml
    • middelmatige gewrichten (bv. elleboog) : 0,5 tot 1 ml
    • kleine gewrichten (bv. hand) : 0,25 tot 0,5 ml.
  • Een intra-articulaire injectie wordt goed verdragen in het gewricht en in de peri-articulaire weefsels.
  • Verlichting van pijn, gevoeligheid en stijfheid treedt op binnen twee tot vier uur.
  • Duur van de verlichting: meestal vier weken of meer.

DERMATOLOGISCHE AANDOENINGEN

  • Intralaesionale toediening.
  • 0,2 ml/cm2 intradermaal injecteren m.b.v. een tuberculinespuit met een naald van 26 G.
  • Max. 1 ml injecteren voor het geheel van de injectieplaatsen.

AANDOENINGEN VAN DE VOET

  • Een tuberculinespuit met een naald van 25 G en een lengte van 1,9 cm is geschikt voor de meeste injecties in de voet.
  • Aanbevolen doses met intervallen van ongeveer 1 week:
    • bursitis onder likdoorn: 0,25 - 0,5 ml.
    • onder calcaneus-spoor: 0,5 ml.
    • onder hallux rigidus: 0,5 ml.
    • op digiti quinti varus: 0,5 ml.
    • synoviale cysten: 0,25 - 0,5 ml.
    • metatarsalgie van Morton: 0,25 - 0,5 ml.
    • tenosynovitis: 0,5 ml.
    • periostitis van os cuboideum: 0,5 ml.
    • acute jichtartritis: 0,5 - 1 ml.

    Toedieningswijze

    • Schudden voor gebruik.
    • Dit geneesmiddel mag niet intraveneus of subcutaan toegediend worden.
    • Indien gelijktijdig toediening van een lokaal anaestheticum (1% of 2% lidocaïnehydrochloride, procaïnehydrochloride of aanverwante) gewenst is:
    • Preparaten gebruiken die geen parahydroxybenzoate of fenol, etc. bevatten.
    • Mengen in de injectiespuit en niet in de flacon:

    - De dosis betamethason eerst uit de flacon in de spuit optrekken.

    - Daarna het lokale anaestheticum optrekken en de spuit kort schudden.

    Posologie

    • Variabele dosis afhankelijk van de behandelde aandoening, de ernst van de aandoening en de respons van de patiënt.
    • De dosis moet zo laag mogelijk zijn en de behandelingsduur zo kort mogelijk.
    • Nadat een gunstige respons is verkregen, moet de gepaste onderhoudsdosis bepaald worden door de initiële dosis geleidelijk met kleine hoeveelheden en geschikte tussenpozen te verminderen.

    Systemische toediening

    • Startdosis: 1 tot 2 ml.
    • Zo nodig herhalen.
    • Toediening via diepe intramusculaire injectie in de bil.
    • Goede respons bij groot aantal dermatologische aandoeningen, ademhalingsaandoeningen en acute of chronische bursitis.

    Lokale toediening

    ACUTE BURSITIS (subdeltoïd, subacromiaal en b. prepatellaris)

    • Een injectie van 1 of 2 ml rechtstreeks in de bursa.
CNK 3370244
Breedte 43 mm
Lengte 80 mm
Diepte 25 mm
Hoeveelheid verpakking 1
Actieve ingrediënten betamethason dipropionaat, betamethason natriumfosfaat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)