Depakine Drag Enteric 100 X 150mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Depakine Drag Enteric 100 X 150mg

  € 9,17
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Depakine® is een anti-epilepticum. Depakine® is aangewezen om verschillende types epilepsie (vallende ziekte) te behandelen, zowel bij de zuigeling en het kind, als bij de adolescent en de volwassene.

Bijzondere waarschuwingen

Zwangerschapspreventieprogramma Valproaat heeft een hoog risico op teratogene effecten, en kinderen die in utero worden blootgesteld aan valproaat lopen een groot risico op congenitale misvormingen en neurologische ontwikkelingsstoornissen (zie rubriek 4.6). Depakine is gecontra-indiceerd in de volgende situaties: - tijdens de zwangerschap, tenzij er geen geschikte alternatieve behandeling is (zie rubriek 4.3 en 4.6). - bij vrouwen die zwanger kunnen worden, tenzij aan de voorwaarden van het zwangerschapspreventieprogramma wordt voldaan (zie rubriek 4.3 en 4.6).

Voorwaarden van het zwangerschapspreventieprogramma: De voorschrijver dient te verzekeren dat - de individuele omstandigheden van elke patiënt worden geëvalueerd, waarbij de patiënt deelneemt aan het gesprek om zeker te zijn van haar betrokkenheid, om de behandelingsopties met haar te bespreken en om te verzekeren dat zij de risico's en de noodzakelijke maatregelen om de risico's te beperken begrijpt. - de mogelijkheid van zwangerschap bij alle vrouwelijke patiënten wordt beoordeeld. - de patiënt het risico op congenitale misvormingen en neurologische ontwikkelingsstoornissen begrijpt en erkent, waaronder de ernst van deze risico's voor kinderen die in utero aan valproaat worden blootgesteld. - de patiënt de noodzaak begrijpt om zwangerschapstests te ondergaan voorafgaand aan initiatie van de behandeling en zo nodig tijdens de behandeling. - de patiënt wordt voorgelicht over het gebruik van anticonceptie en dat de patiënt kan voldoen aan de noodzaak om zonder onderbreking effectieve anticonceptie (kijk voor meer informatie in de subrubriek anticonceptie in dit kader) te gebruiken tijdens de gehele behandeling met valproaat. - de patiënt de noodzaak begrijpt van regelmatige (ten minste jaarlijks) beoordeling van de behandeling door een specialist die ervaring heeft met het behandelen van epilepsie. - de patiënt de noodzaak begrijpt om zo snel mogelijk contact op te nemen met haar arts als zij zwanger wil worden, om zeker te zijn van een tijdig overleg en het overstappen naar alternatieve behandelingsopties voorafgaand aan conceptie, en voordat wordt gestopt met het gebruik van anticonceptie. - de patiënt de noodzaak begrijpt dringend met haar arts te overleggen in het geval van een zwangerschap. - de patiënt de informatiefolder voor de patiënt heeft ontvangen. - de patiënt heeft aangegeven dat zij de risico's van het gebruik van valproaat begrijpt en welke noodzakelijke voorzorgsmaatregelen daarmee samenhangen (Jaarlijks formulier ter bevestiging dat risico's van Depakine met u besproken zijn).

Deze voorwaarden zijn ook van toepassing voor vrouwen die momenteel niet seksueel actief zijn, tenzij de voorschrijver meent dat er overtuigende redenen zijn om aan te nemen dat er geen risico is op zwangerschap.

Meisjes - De voorschrijver dient te verzekeren dat ouders/verzorgers van meisjes de noodzaak begrijpen om contact op te nemen met de specialist zodra het meisje dat valproaat gebruikt de menarche heeft bereikt. - De voorschrijver dient te verzekeren dat ouders/verzorgers van meisjes die de menarche hebben bereikt, duidelijk worden voorgelicht over het risico op congenitale misvormingen en neurologische ontwikkelingsstoornissen, inclusief de ernst van deze risico's voor kinderen die in utero aan valproaat worden blootgesteld. - Bij patiënten die de menarche hebben bereikt, dient de voorschrijvend specialist de noodzaak voor het gebruik van valproaat jaarlijks opnieuw te beoordelen en alternatieve behandelingsopties te overwegen. Als valproaat de enige geschikte behandeling is, dienen de noodzaak van het gebruik van effectieve anticonceptie en alle andere voorwaarden van het zwangerschapspreventieprogramma te worden besproken. De specialist dient al het mogelijke te ondernemen om meisjes te laten overstappen op een alternatieve behandeling voordat zij volwassen worden.

Zwangerschapstest Een zwangerschap dient uitgesloten te worden voor het starten van de behandeling met valproaat. Start niet met een behandeling met valproaat bij vrouwen die zwanger kunnen worden zonder een negatief resultaat van een zwangerschapstest (zwangerschapstest op plasma), bevestigd door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg, om onbedoeld gebruik tijdens zwangerschap uit te sluiten.

Anticonceptie Vrouwen die zwanger kunnen worden en valproaat voorgeschreven krijgen, dienen zonder onderbreking effectieve anticonceptie te gebruiken voor de gehele duur van de behandeling met valproaat. Deze patiënten dienen duidelijke informatie te ontvangen over het voorkomen van zwangerschap en moeten worden doorverwezen voor advies over anticonceptiemiddelen indien zij geen effectieve anticonceptie gebruiken. Ten minste één effectieve anticonceptiemethode (bij voorkeur een gebruikersonafhankelijke vorm zoals een intra-uteriene methode of implantaat) of twee aanvullende vormen van anticonceptie, waaronder een barrièremethode, dienen te worden gebruikt. Bij elk geval dienen de individuele omstandigheden in overweging te worden genomen bij het kiezen van een anticonceptiemethode, waarbij de patiënt aan het gesprek dient deel te nemen, om zeker te zijn van haar betrokkenheid en instemming met de gekozen methode. Zelfs bij het optreden van amenorroe dient de patiënt het advies over effectieve anticonceptie op te volgen.

Jaarlijkse beoordelingen van de behandeling door een specialist De specialist dient ten minste eenmaal per jaar te beoordelen of valproaat nog de meest geschikte behandeling is voor de patiënt. De specialist dient het "Jaarlijks formulier ter bevestiging dat risico's van Depakine met u besproken zijn" te bespreken bij initiatie van de behandeling en tijdens iedere jaarlijkse beoordeling, en ervoor te zorgen dat de patiënt de inhoud ervan begrijpt.

Zwangerschapsplanning Voor de indicatie epilepsie: als een vrouw zwanger wil worden, dient een specialist die ervaring heeft met het behandelen van epilepsie de behandeling met valproaat opnieuw te beoordelen en alternatieve behandelingsopties in overweging te nemen. Al het mogelijke dient te worden gedaan om over te stappen op een geschikte alternatieve behandeling voorafgaand aan conceptie, en voordat wordt gestopt met het gebruik van anticonceptie (zie rubriek 4.6). Als overstappen niet mogelijk is, dient de vrouw verder te worden voorgelicht betreffende de risico's van valproaat voor het ongeboren kind als ondersteuning voor haar geïnformeerde besluitvorming omtrent gezinsplanning.

In het geval van zwangerschap Als een vrouw zwanger wordt terwijl zij valproaat gebruikt, dient zij onmiddellijk te worden doorverwezen naar een specialist om de behandeling met valproaat opnieuw te beoordelen en alternatieve opties in overweging te nemen. Zwangere patiënten die zijn blootgesteld aan valproaat en hun partners dienen te worden doorverwezen naar een specialist die ervaring heeft met teratologie voor beoordeling en advisering betreffende de blootgestelde zwangerschap (zie rubriek 4.6).

De apotheker dient te verzekeren dat - de Patiëntenkaart wordt verstrekt bij iedere afgifte van valproaat en dat de patiënt de inhoud ervan begrijpt. - de patiënt wordt geadviseerd om, in geval van een geplande of vermoede zwangerschap, niet te stoppen met het gebruik van valproaat en onmiddellijk contact op te nemen met een specialist.

Educatief materiaal Om beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en patiënten te helpen om blootstelling aan valproaat tijdens zwangerschap te voorkomen, heeft de houder van de vergunning voor het in de handel brengen educatief materiaal ter beschikking gesteld, als ondersteuning voor de waarschuwingen en om richtlijnen te bieden voor het gebruik van valproaat door vrouwen die zwanger kunnen worden, alsmede de details van het zwangerschapspreventieprogramma. Alle vrouwen die zwanger kunnen worden en die valproaat gebruiken, dienen een Informatiefolder voor de Patiënt en een Patiëntenkaart te ontvangen. Een "Jaarlijks formulier ter bevestiging dat risico's van Depakine met u besproken zijn" dient te worden gebruikt bij initiatie van de behandeling en tijdens elke jaarlijkse beoordeling van de behandeling met valproaat door de specialist.

Gebruik bij mannelijke patiënten Een retrospectieve observationele studie suggereert een verhoogd risico op neurologische ontwikkelingsstoornissen (NDD's) bij kinderen van mannen die met valproaat zijn behandeld in de 3 maanden voorafgaand aan de conceptie, in vergelijking met die van mannen die met lamotrigine of levetiracetam zijn behandeld (zie rubriek 4.6). Als voorzorgsmaatregel moeten voorschrijvers mannelijke patiënten informeren over dit mogelijke risico (zie rubriek 4.6) en de noodzaak bespreken om effectieve anticonceptie te overwegen, inclusief voor de vrouwelijke partner, tijdens het gebruik van valproaat en gedurende ten minste 3 maanden na stopzetting van de behandeling. Mannelijke patiënten mogen geen sperma doneren tijdens de behandeling en gedurende ten minste 3 maanden na stopzetting van de behandeling. Mannelijke patiënten die met valproaat worden behandeld, moeten regelmatig door hun voorschrijver worden beoordeeld om te kijken of valproaat de meest geschikte behandeling voor de patiënt blijft. Voor mannelijke patiënten die van plan zijn om een kind te verwekken, moeten geschikte behandelingsalternatieven worden overwogen en met hen worden besproken. Individuele omstandigheden moeten per geval worden beoordeeld. Het wordt aanbevolen om advies in te winnen van een specialist die ervaring heeft met de behandeling van epilepsie indien van toepassing. Er zijn voorlichtingsmaterialen beschikbaar voor beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg en mannelijke patiënten. Mannelijke patiënten die valproaat gebruiken, dienen een patiëntengids te krijgen. - Voorzichtigheid is aangewezen in geval van hemorragische diathese. - Natriumvalproaat heeft in vitro een stimulerend effect op de HIV-replicatie in verschillende geïnfecteerde cellijnen. Hoewel de klinische draagwijdte van deze waarnemingen niet bewezen is, is voorzichtigheid vereist bij de toediening van deze molecule aan AIDS-patiënten. - Ernstige leverschade Omstandigheden van optreden Er werden uitzonderlijk gevallen gerapporteerd van leverlijden met ernstige, soms fatale evolutie. De ervaring bij epilepsie toont aan dat zuigelingen en kleine kinderen beneden de 3 jaar die lijden aan ernstige epilepsie en vooral epilepsie in associatie met hersenletsels, psychische retardatie en/of congenitale metabole stoornissen, waaronder mitochondriale stoornissen zoals carnitinedeficiëntie, ureumcyclusstoornissen, POLG-mutaties (zie rubrieken 4.3 en 4.4) of degeneratieve aandoeningen het meest blootgesteld zijn aan dit risico, vooral in geval van polytherapie. Boven de leeftijd van 3 jaar, neemt de incidentie aanzienlijk af en ze vermindert progressief met de leeftijd. In de meeste gevallen, werden deze leverletsels waargenomen tijdens de eerste 6 maanden van de behandeling. Suggestieve tekens De vroegtijdige diagnose is in de eerste plaats gebaseerd op het klinisch beeld. Vooral bij risicopatiënten moet men letten op 2 types manifestaties, die kunnen voorafgaan aan de icterus (zie hierboven "omstandigheden van optreden): - enerzijds, niet specifieke algemene tekens, die meestal plots optreden zoals asthenie, anorexie, lusteloosheid, slaperigheid, soms in associatie met herhaaldelijk braken en buikpijn, - anderzijds, het terug optreden van de epilepsieaanvallen. Het is aanbevolen om de patiënt of zijn familie (als het om een kind gaat) te verwittigen dat bij een dergelijk beeld een dringende consultatie nodig is. Deze zal bestaan uit een klinisch onderzoek en de directe uitvoering van een biologische controle van de leverfuncties. Opsporing De leverfunctietesten moeten uitgevoerd worden vóór het begin van de behandeling en daarna regelmatig tijdens de eerste 6 maanden van de behandeling. Bij veranderingen in gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen (dosisverhoging of toevoegingen) waarvan bekend is dat ze invloed hebben op de lever, moet de levermonitoring opnieuw worden gestart (zie ook rubriek 4.5 over het risico van leverbeschadiging met salicylaten, andere anticonvulsiva waaronder cannabidiol). Onder de klassieke testen zijn de testen die de proteïnesynthese en de PT (protrombinespiegel) evalueren, het meest relevant. De bevestiging van een abnormaal lage protrombinespiegel, vooral in associatie met andere biologische afwijkingen (aanzienlijke daling van fibrinogeen en de stollingsfactoren, stijging van bilirubine, stijging van de transaminasen) moet ertoe aanzetten om de behandeling met natriumvalproaat stop te zetten; uit voorzorg zal men ook eventueel toegediende salicylaten stopzetten aangezien ze dezelfde metabole weg gebruiken. - Pancreatitis Er werden zeer uitzonderlijk gevallen gerapporteerd van ernstige pancreatitis met soms fatale evolutie. Jonge kinderen zijn bijzonder blootgesteld aan dit risico, vooral kinderen met antecedenten van medicamenteuze overgevoeligheid. Dit risico neemt af met de leeftijd. Ernstige convulsieve crisissen, een neurologische aantasting of een anticonvulsieve polytherapie kunnen risicofactoren zijn. Een leverinsufficiëntie in associatie met een pancreatitis verhoogt het risico op een fatale afloop. Patiënten met acute abdominale pijn moeten onmiddellijk medisch onderzocht worden. In geval van pancreatitis, moet de toediening van valproaat stopgezet worden.

Suïcidale gedachten en gedrag Het optreden van suïcidale ideevorming en -gedrag is gemeld bij patiënten die behandeld werden met anti-epileptica bij verschillende indicaties. Een meta-analyse van gerandomiseerde placebogecontroleerde studies met anti-epileptica laat ook een kleine toename van het risico zien op suïcidale ideevorming en -gedrag. Het mechanisme achter dit risico is niet bekend en de beschikbare gegevens sluiten de mogelijkheid van een toegenomen risico voor natriumvalproaat of valproïnezuur niet uit. Patiënten moeten daarom gecontroleerd worden op tekenen van suïcidale ideevorming en gedrag en een geschikte behandeling dient te worden overwogen. Patiënten (en verzorgers van patiënten) moeten erop gewezen worden dat indien er zich tekenen van suïcidale ideevorming of -gedrag voordoen er medisch advies ingewonnen moet worden.

Patiënten met bekende of vermoede mitochondriale aandoening Valproaat kan klinische verschijnselen veroorzaken of verergeren van onderliggende mitochondriale aandoeningen die worden veroorzaakt door mutaties van mitochondriaal DNA en het gecodeerde POLG-kerngen. Met name acuut leverfalen en levergerelateerde sterfgevallen, veroorzaakt door valproaat, zijn in een hoger percentage gemeld bij patiënten met erfelijke neurometabole syndromen die worden veroorzaakt door mutaties in het gen voor het mitochondriale enzym polymerase Ƴ(POLG), bijv. het syndroom van Alpers-Huttenlocher. POLG-gerelateerde aandoeningen dienen te worden vermoed bij patiënten met een familiegeschiedenis of verdachte symptomen van een POLG-gerelateerde aandoening, waaronder maar niet beperkt tot onverklaarbare encefalopathie, refractaire epilepsie (focaal, myoclonisch), status epilepticus bij presentatie, ontwikkelingsachterstanden, psychomotorische regressie, axonale sensorimotorische neuropathie, myopathie, ataxie van het cerebellum, oftalmoplegie of gecompliceerde migraine met occipitale aura. POLG-mutatietests dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de huidige klinische praktijk voor de diagnostische evaluatie van dergelijke aandoeningen (zie rubriek 4.3).

Ureumcyclusstoornissen en risico op hyperammonemie Wanneer er een vermoeden is van ureumcyclusenzymdeficiëntie moeten er metabole onderzoeken plaatsvinden vóór de behandeling omwille van het risico op hyperammonemie met valproaat (zie rubrieken 4.3 en 4.4 Patiënten met risico op hypocarnitinemie en Ernstige leverschade).

Patiënten met risico op hypocarnitinemie Toediening van valproaat kan leiden tot het optreden of verergeren van hypocarnitinemie die kan leiden tot hyperammonemie (wat kan leiden tot hyperammonemische encefalopathie). Er werden andere symptomen waargenomen zoals levertoxiciteit, hypoketotische hypoglycemie, myopathie met inbegrip van cardiomyopathie, rhabdomyolyse, syndroom van Fanconi, vooral bij patiënten met risicofactoren voor hypocarnitinemie of vooraf bestaande hypocarnitinemie. Patiënten met een verhoogd risico op symptomatische hypocarnitinemie bij behandeling met valproaat zijn patiënten met metabole stoornissen, waaronder mitochondriale stoornissen die verband houden met carnitine (zie ook rubriek 4.4 Patiënten met bekende of vermoede mitochondriale aandoening en Ureumcyclusstoornissen en risico op hyperammonemie), verminderde inname van carnitine via de voeding, patiënten jonger dan 10 jaar, gelijktijdig gebruik van pivalaat-geconjugeerde geneesmiddelen of andere anti-epileptica. Patiënten moeten gewaarschuwd worden om onmiddellijk eventuele tekenen van hyperammonemie te melden, zoals ataxie, verminderd bewustzijn, braken. Carnitinesupplementering moet overwogen worden wanneer symptomen van hypocarnitinemie worden waargenomen. Patiënten met systemische primaire carnitinedeficiëntie en met gecorrigeerde hypocarnitinemie mogen enkel met valproaat behandeld worden als de voordelen van behandeling met valproaat groter zijn dan de risico's bij deze patiënten en als er geen therapeutisch alternatief is. Bij deze patiënten moet het carnitinegehalte worden opgevolgd. Patiënten met een onderliggende type II carnitine palmitoyltransferase (CPT)-deficiëntie moeten gewaarschuwd worden over het grotere risico op rhabdomyolyse wanneer valproaat wordt ingenomen. Bij deze patiënten moet carnitinesupplementering overwogen worden. Zie ook rubrieken 4.5, 4.8 en 4.9.

Verergering van de convulsies Zoals met andere anti-epileptische geneesmiddelen, kunnen sommige patiënten die met valproaat worden behandeld, in plaats van een verbetering, een omkeerbare verhoging van de frequentie of van de ernst van de convulsies (met inbegrip van status epilepticus) of het optreden van nieuwe vormen van convulsies, ervaren. In geval van verergering van de convulsies, moet de patiënten worden aangeraden hun arts onmiddellijk te raadplegen.

Voorzorgen bij gebruik Begin en einde van de behandeling Een biologische controle uitvoeren van de leverfuncties vooraleer de behandeling te starten (zie rubriek 4.3. Contra-indicaties), gevolgd door regelmatige controles tijdens de 6 eerste maanden, vooral bij risicopatiënten (zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen). Het is belangrijk te noteren dat men, zoals met alle anti-epileptica, vooral in het begin van de behandeling een matige, geïsoleerde en tijdelijke stijging van de transaminasen kan waarnemen, zonder dat er enig klinisch teken is. In dit geval is het aanbevolen een vollediger biologisch bilan (vooral protrombinespiegel) uit te voeren, de dosering eventueel te herzien en de controles te herhalen in functie van de evolutie van de parameters. Algemeen wordt aangenomen dat de behandeling gestaakt moet worden als de transaminasen driemaal hoger liggen dan de bovengrens van de normale waarde. Na normalisatie van de transaminasen, kan de behandeling hernomen worden aan de minimaal efficiënte dosis. Als de spiegel, in deze omstandigheden, opnieuw stijgt en een waarde bereikt die gelijk is aan of hoger is dan driemaal de normale waarde, is het aanbevolen de behandeling definitief stop te zetten. Deze stopzetting als gevolg van verhoogde transaminasen moet geleidelijk gebeuren en de dosering moet over ± 1 week verminderd worden, afhankelijk van de toegediende dagelijkse dosis. De keuze van het anti-epilepticum ter vervanging moet overgelaten worden aan het oordeel van de arts, in functie van het type epilepsie.

Kinderen jonger dan 3 jaar Bij kinderen jonger dan 3 jaar, is het aanbevolen natriumvalproaat enkel te gebruiken in monotherapie, na evaluatie van het therapeutisch nut ten opzichte van het risico op hepatopathie of pancreatitis bij patiënten van deze leeftijdsklasse (zie rubriek 4.4 Ernstige leverschade en zie ook rubriek 4.5). Bij deze kinderen moet het gelijktijdig voorschrijven van salicylaten vermeden worden, gezien het risico op hepatotoxiciteit (zie ook rubriek 4.5).

Coagulatie en bloedingstijd Een hematologisch onderzoek (telling van de bloedcellen inclusief de plaatjes, de bloedingstijd en het stollingsbilan) is aanbevolen vóór de behandeling, alsook vóór een chirurgische ingreep en in geval van hematomen of spontane bloedingen (zie rubriek 4.8. Bijwerkingen).

Nierinsufficiëntie Bij patiënten met nierinsufficiëntie, kan het nodig zijn om de dosering te verlagen. Aangezien de evaluatie van de plasmaspiegels moeilijk interpreteerbaar kan zijn, moet de dosering aangepast worden in functie van het waargenomen klinisch effect.

Pancreatitis Er werden uitzonderlijke gevallen van pancreatitis gerapporteerd ; bijgevolg moeten patiënten met acute abdominale pijn onmiddellijk medisch onderzocht worden. In geval van pancreatitis, moet de toediening van valproaat stopgezet worden.

Immunologisch probleem Hoewel men ervan uitgaat dat natriumvalproaat slechts uitzonderlijk aanleiding geeft tot verschijnselen van immunologische aard, moet zijn gebruik bij een persoon met lupus erythematodes disseminatus afgewogen worden in functie van de risk/benefit verhouding.

Diabetes Bij diabetici onder valproaat, kunnen sommige metabolieten van valproïnezuur de interpretatie van de ketonurietesten beïnvloeden, door vals positieve resultaten te geven.

Gewichtstoename Vanaf het begin van de behandeling, moet men de patiënt informeren over het risico op gewichtstoename en moeten er maatregelen genomen worden om dit te verminderen.

Carbapenems Gelijktijdig gebruik van valproïnezuur/natriumvalproaat en carbapenems wordt afgeraden (zie rubriek 4.5).

Patiënten met een onderliggende carnitine palmitoyltransferase (CPT) type II deficiëntie, moeten gewaarschuwd worden over het groter risico op rhabdomyolyse wanneer ze valproaat nemen.

Epilepsie

  • Primaire vormen van veralgemeende epilepsie
    • Grand Mal met of zonder mycoclonieën
    • Petit Mal
    • Myoclonische epilepsie
    • Associatie van Grand Mal en Petit Mal
    • Goedaardige partiële epilepsie, o.a. met rolandische paroxismen
    • Secundaire vormen van veralgemeende epilepsie
    • Partiële epilepsie met eenvoudige of complexe symptomatologie

Natriumvalproaat is een niet stikstofhoudend anti-epilepticum dat actief is bij zeer uiteenlopende vormen van convulsieve aanvallen. Zijn werking lijkt verband te houden met een versterking van de activiteiten van het gaba-erge type op cerebraal niveau. De actieve vorm van natriumvalproaat toegediend via I.V. of orale weg is valproïnezuur.

Natriumvalproaat 150 mg per tablet.

Hulpstoffen:

Kern van de tablet :

  • Povidon K90
  • Gehydrateerd calciumsilicaat
  • Talk

Magnesiumstearaat Omhulling:

  • Metacrylzuur en methyl metacrylaatpolymeer
  • Talk
  • Diethylftalaat
  • Hydroxypropylcellulose
  • Titaandioxide
  • Cellulose acetoftalaat

Kleurstof:

  • Indigotine aluminium lak (E 132)

Effecten van valproaat op andere geneesmiddelen - Neuroleptica, MAOI, antidepressiva en benzodiazepines Depakine kan het effect potentiëren van andere neuropsychotrope farmaca, zoals neuroleptica, MAOI, tricyclische antidepressiva en benzodiazepines; dit vereist een klinische monitoring en een eventuele aanpassing van de behandeling. - Lithium Depakine heeft geen invloed op de serum lithiumspiegels. - Fenobarbital Depakine verhoogt de plasmaspiegels van fenobarbital (inhibitie van het leverkatabolisme) met het optreden van sedatie, meestal bij kinderen. Een klinische monitoring is dus aanbevolen tijdens de eerste 2 weken van de associatie; men moet de dosissen fenobarbital onmiddellijk verlagen zodra er tekens optreden van sedatie, en eventueel de plasmaspiegels van fenobarbital controleren. - Primidon Depakine verhoogt de plasmaspiegels van primidon met toename van de nevenwerkingen (sedatie). Na langdurig gebruik, valt deze interactie weg. Klinische monitoring en eventuele aanpassing van de dosis primidon vooral in het begin van de associatie. - Fenytoïne Depakine verlaagt de totale plasmaspiegels van fenytoïne. Het verhoogt vooral de vrije fractie van fenytoïne, wat aanleiding kan geven tot tekens van overdosering (valproaat verplaatst fenytoïne van zijn bindingsplaatsen op de plasmaproteïnen en vertraagt zijn leverkatabolisme). Een klinische monitoring is dus aanbevolen. In geval van plasmadosering van fenytoïne, moet men vooral de vrije vorm in acht nemen. - Carbamazepine Er werd een klinische toxiciteit gerapporteerd in geval van associatie van valproaat en carbamazepine aangezien valproaat de toxiciteit van carbamazepine kan potentiëren. Klinische monitoring is dus aanbevolen vooral in het begin van de behandeling met de associatie en de dosering moet eventueel aangepast worden. - Lamotrigine Depakine vermindert het metabolisme van lamotrigine en verhoogt bijna 2 maal zijn gemiddeld half-leven. Deze interactie kan leiden tot een verhoogde lamotriginetoxiciteit, meer bepaald tot ernstige huiduitslag. Daarom wordt klinische monitoring aanbevolen en moet de dosis aangepast (verminderd) worden waar nodig. - Zidovudine Valproaat kan de plasmaspiegels van zidovudine verhogen, waardoor de risico's op toxiciteit ervan toenemen. - Olanzapine Valproïnezuur kan de plasmaconcentratie van olanzapine verlagen. - Rufinamide Valproïnezuur kan leiden tot een stijging van de plasmawaarden van rufinamide. Deze stijging is afhankelijk van de valproïnezuurconcentratie. Voorzichtigheid moet geboden worden, vooral bij kinderen aangezien dit effect groter is in deze populatie. - Felbamaat Valproïnezuur kan de gemiddelde felbamaatklaring verminderen tot 1. - Propofol Valproïnezuur kan leiden tot een verhoogd propofolgehalte in het bloed. Wanneer samen met valproaat gebruikt, moet een verlaging van de propofoldosis overwogen worden. Nimodipine Bij patiënten die gelijktijdig met natriumvalproaat en nimodipine worden behandeld kan de blootstelling aan nimodipine met 50% verhoogd zijn. De dosis nimodipine moet daarom verminderd worden in geval van hypotensie. Effecten van andere geneesmiddelen op valproaat De anti-epileptica met enzyminducerend effect (vooral fenytoïne, fenobarbital, carbamazepine) verlagen de serumspiegels van valpoïnezuur. In geval van associatie, de behandeling aanpassen in functie van de doseringen in het bloed. De serumspiegels van de metabolieten van valproïnezuur kunnen gestegen zijn in geval van gelijktijdig gebruik van fenytoïne of fenobarbital. Daarom moeten patiënten die ook behandeld worden met één van deze twee geneesmiddelen, nauwlettend opgevolgd worden voor wat betreft tekenen en symptomen van hyperammoniëmie. De associatie van felbamaat en valproaat vermindert de valproïnezuurklaring met 22% tot 50%, wat tot verhoogde serumspiegels van valproïnezuur leidt. Monitoring van de plasmaspiegels van valproaat is noodzakelijk. Mefloquine verhoogt het metabolisme van valproaat en bezit bovendien een convulsief effect ; er is bijgevolg een risico op optreden van epilepsie-aanvallen in geval van associatie. De gelijktijdige toediening van valproaat en producten met een aanzienlijke eiwitbinding (salicylaten, fenylbutazon, vetzuren) kan leiden tot een stijging van de vrije fractie van valproïnezuur. In geval van behandeling met antivitamine K preparaten, moet er een verhoogde controle van de protrombinespiegel uitgevoerd worden. De gelijktijdige inname van cimetidine of erythromycine kan de serumspiegels van valproïnezuur verhogen (afname van zijn levermetabolisme). Er zijn onvoldoende gegevens om te weten of een dergelijke interactie zoals met erythromycine al dan niet optreedt met andere macroliden. Er werd een interactie vermeld tussen clonazepam en valproaat. Deze interactie werd niet aangetoond en haar mechanisme is niet opgehelderd. Een zekere voorzichtigheid is dus aangewezen in geval van een dergelijke associatie. Carbapenems Bij gelijktijdige toediening van carbapenems zijn verlagingen van de bloedspiegels van valproïnezuur gemeld die resulteerden in een afname van valproïnezuurspiegels van 60-100 % in ongeveer twee dagen. Vanwege de snelheid waarmee deze afname optreedt en de omvang ervan wordt gelijktijdige toediening van valproïnezuur en carbapenems niet beheersbaar geacht, en dient deze combinatie daarom te worden vermeden (zie rubriek 4.4). Indien een behandeling met deze antibiotica niet kan vermeden worden, is nauwe monitoring van de valproïnezuurbloedspiegels nodig. Rifampicine kan de bloedspiegels van valproïnezuur verlagen, wat leidt tot een onvoldoende therapeutisch effect. Het kan bijgevolg nodig zijn om de dosis van valproaat aan te passen in geval van een gelijktijdige toediening met rifampicine. Protease inhibitoren Protease inhibitoren zoals lopinavir, ritonavir verlagen de plasmawaarden van valproaat wanneer gelijktijdig toegediend. Cholestyramine Wanneer gelijktijdig toegediend, kan Cholestyramine tot een daling van de plasmawaarden van valproaat leiden. Producten die oestrogeen bevatten, waaronder hormonale anticonceptie die oestrogeen bevat Oestrogenen zijn inductoren van de UDP-glucuronosyltransferase (UGT)-iso-enzymen die een rol spelen bij de glucuronisering van valproaat, en die de klaring van valproaat kunnen doen toenemen. Dit zou resulteren in een verminderde serumconcentratie van valproaat en daarmee mogelijk in een afname van de doeltreffendheid (zie rubriek 4.4). Overweeg de serumconcentraties van valproaat te controleren. Anderzijds heeft valproaat geen enzyminducerend effect; als resultaat daarvan leidt valproaat niet tot verminderde doeltreffendheid van oestroprogestativa bij vrouwen die hormonale anticonceptie gebruiken. Metamizol kan de valproaatspiegels in serum verlagen bij gelijktijdige toediening, wat kan leiden tot mogelijk verminderde klinische werkzaamheid van valproaat. Voorschrijvers dienen de klinische respons te controleren (controle van convulsies of stemming) en te overwegen om waar nodig valproaatspiegels in serum te controleren. Andere interacties Risico op leverschade Het gelijktijdige gebruik van salicylaten moeten worden vermeden bij kinderen jonger dan 3 jaar vanwege het risico op levertoxiciteit (zie rubriek 4.4). Gelijktijdig gebruik van valproaat en meerdere anticonvulsiva verhoogt het risico op leverschade, vooral bij jonge kinderen (zie rubriek 4.4). Gelijktijdig gebruik met cannabidiol verhoogt de incidentie van transaminasenzymstijging. In klinische studies bij patiënten van alle leeftijden die gelijktijdig cannabidiol in doses van 10 tot 25 mg/kg en valproaat kregen, werden ALT-stijgingen van meer dan 3 maal de bovengrens van normaal gerapporteerd bij 19 % van de patiënten. Wanneer valproaat gelijktijdig wordt gebruikt met andere anticonvulsiva met mogelijke hepatotoxiciteit, waaronder cannabidiol, moet de lever afdoende worden gecontroleerd. Bovendien moet bij significante afwijkingen van de leverparameters een verlaging van de dosis of stopzetting worden overwogen (zie rubriek 4.4). De gelijktijdige toediening van valproaat en topiramaat of acetazolamide werd geassocieerd met encefalopathie en/of hyperammoniëmie. Patiënten die behandeld worden met beide geneesmiddelen, moeten nauwgezet opgevolgd worden voor tekens en symptomen van hyperammoniëmische encefalopathie. Quetiapine De gelijktijdige toediening van valproaat en quetiapine, kan het risico op neutropenie/leucopenie verhogen. Valproaat verhoogt het sedatief effect van alcohol. Aangezien valproaat voornamelijk wordt uitgescheiden via de nieren en deels onder de vorm van ketonlichaampjes (ketone bodies), kan een ketone-body-test vals positieve resultaten opleveren bij diabetes patiënten. Pivalaat-geconjugeerde geneesmiddelen Gelijktijdige toediening van valproaat en pivalaat-geconjugeerde geneesmiddelen (zoals cefditoren pivoxil, adefovir dipivoxil, pivmecillinam en pivampicilline) moet vermeden worden omwille van het verhoogde risico op carnitinedepletie (zie rubriek 4.4 Patiënten met risico op hypocarnitinemie). Patiënten bij wie gelijktijdige toediening niet kan vermeden worden moeten nauwlettend opgevolgd worden voor tekenen en symptomen van hypocarnitinemie. Methotrexaat Sommige rapporten beschrijven een aanzienlijke daling van de valproaatspiegels in serum na toediening van methotrexaat, met het optreden van toevallen. Voorschrijvers dienen de klinische respons te controleren (beheer van epileptische aanvallen of stemming) en te overwegen om waar nodig valprotaatspiegels in serum te controleren. Clozapine Gelijktijdige behandeling met valproaat en clozapine kan het risico op neutropenie door clozapine geïnduceerde myocarditis verhogen. Als gelijktijdig gebruik van valproaat met clozapine noodzakelijk is, is zorgvuldige monitoring op beide bijwerkingen noodzakelijk.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Ze zijn zelden ernstig en meestal niet kwaadaardig. Gewoonlijk zijn ze omkeerbaar. Het is mogelijk dat u een medische behandeling nodig hebt in geval van sommige bijwerkingen - Misselijkheid en maagpijn, pijn in de bovenbuik, diarree vooral in het begin van de behandeling, ontsteking van de alvleesklier (soms) - Wijzigingen in de eetlust, gewichtstoename - Bevingen, instabiele gang, ongecontroleerde spiersamentrekkingen (parkinsonisme, extrapyramidale afwijking), overproductie van speeksel, nystagmus (onvrijwillig ritmisch bewegen van de oogbol), verminderd geheugen, cognitieve afwijkingen, verwardheid, hoofdpijn, encefalopathie (hersenziekte), stuiptrekkingen, coma, gevoelsstoornissen, omkeerbaar parkinsonisme, omkeerbare dementie (zelden) - Vooral bij kinderen: opwinding, agressie, aandachtstoornissen en zelden abnormaal gedrag, hyperactiviteit en/of leerstoornissen - Huidreacties zoals huiduitslag, overgevoeligheidsreacties, veelvormige verkleuring van de huid (zelden), afsterven van de bovenste huidlaag (zelden), Stevens-Johnson syndroom (gekenmerkt door o.a. kleine blaasjes op sommige slijmvliezen) (zelden), DRESS syndroom (gekenmerkt door huiduitslag gepaard gaand met koorts en afwijkingen van een aantal bloedtesten) (zelden), huiduitslag of huidletsels met een roze/rode ring en een bleek middelpunt welke jeukend kunnen zijn, schilferend of gevuld met vocht. De huiduitslag kan voornamelijk voorkomen in uw handpalmen of op de zolen van uw voeten. Dit kunnen symptomen zijn van een aandoening die "multiform erytheem" wordt genoemd. - Leverschade - Nagelafwijking en nagelbedstoornis (vaak) - Zwaarlijvigheid (zelden) - Voorbijgaande of dosisafhankelijke haaruitval - Onregelmatige maandstonden, uitblijven van de maandstonden of pijnlijke maandstonden - Gehoorproblemen en doofheid - Er is melding gemaakt van botaandoeningen, waaronder osteopenie, osteoporose (het dunner worden van de botten) en breuken. Raadpleeg uw arts of apotheker als u langdurig middelen tegen vallende ziekte inneemt, een voorgeschiedenis van osteoporose heeft, of steroïden inneemt. - Systemische Lupus Erythematosus (zelden, mogelijke symptomen zijn o.a. vlindervormige huiduitslag op de wangen en/of de neus, huiduitslag op lichaamsdelen die aan de zon worden blootgesteld, zweertjes in mond of neus, pijnlijke of gezwollen gewrichten, koorts, opgezette lymfeklieren, vermoeidheid) - Vochtophoping in de voeten en de benen (oedemen) - Nierproblemen met verlies van essentiële stoffen (Syndroom van Fanconi) (zelden), bedplassen (zelden) of een verhoogde nood om te plassen, urinaire incontinentie (onvrijwillige urinelozing) - Mannelijke onvruchtbaarheid (zelden) (kan omkeerbaar zijn na vermindering of stoppen van de dosis) - Polycysteus ovarium-syndroom (meerdere cysten ter hoogte van de eierstokken) (zelden), bevorderd door gewichtstoename - Depakine kan ook een daling van het aantal plaatjes of het aantal rode bloedcellen, abnormaal vergrote rode bloedcellen of beenmergafwijkingen (aangetoond in bloedonderzoeken) veroorzaken. - Ontsteking van de kleine bloedvaten (vasculitis) - Verminderde werking van de schildklier (zelden) - Hyperammoniëmie (stijging van de ammoniumspiegel in uw bloed) (zelden) - Stijging van sommige enzymen (o.a. leverenzymen) - Dubbelzien (zelden) - Verminderde vitamine B8-waarden in het lichaam (biotine deficiëntie) - Tintelingen of gevoelsstoornissen in handen of voeten - Tandvleesproblemen (voornamelijk overmatige zwelling) - Pijnlijke mond, gezwollen mond, zweren in de mond en branderig gevoel van de mond (stomatitis) - Nieraandoening (nierfalen) - Abnormale haargroei, abnormale haartextuur, veranderingen in haarkleur - Overmatige haargroei, voornamelijk bij vrouwen, virilisatie (mannelijkheid bij vrouwen), acne, hyperandrogenisme) - Spierpijn en spierzwakte (rhabdomyolyse) - Verlaging van de lichaamstemperatuur

Vertel het uw arts onmiddellijk als u een van de volgende ernstige bijwerkingen hebt. Misschien hebt u dringende medische zorg nodig: - Mocht u een verhoging van de frequentie of van de ernst van de epilepsieaanvallen ondervinden of een nieuw soort epilepsieaanvallen krijgen wanneer u Depakine neemt. - Als u, vooral tijdens de eerste zes maanden van de behandeling, zich plotseling ernstig ziek voelt met als mogelijke symptomen: herhaaldelijk braken, extreme vermoeidheid, buikpijn, slaperigheid, zwakte, verlies van eetlust, maagpijn, misselijkheid, geelzucht (gele verkleuring van de huid en van het wit van de ogen), zwelling van de benen, verergering van uw epilepsie of een algemeen gevoel van ziek zijn want Depakine kan bij een zeer klein aantal patiënten de lever aantasten. - Als u plotseling buikpijn krijgt aangezien Depakine in zeldzame gevallen de pancreas kan aantasten. - Problemen met evenwicht en coördinatie, zich lusteloos voelen of minder alert zijn, gepaard gaand met braken. Dit kan te wijten zijn aan een verhoogd gehalte aan ammoniak in uw bloed. - Nierziekte (nierfalen, tubulointerstitiële nefritis) die zich kan uiten in een verminderde urine-uitscheiding. - Stollingsstoornissen (aangetoond in bloedonderzoeken) - Spontane hematomen (blauwe plekken) of bloedingen - Blaren met loslating van de huid - Ernstige daling van de witte bloedcellen of beenmerginsufficiëntie, soms aangetoond door koorts en ademhalingsmoeilijkheden - Verwardheid die te wijten kan zijn aan een daling van de natriumspiegels in uw bloed (hyponatriëmie) of aan een aandoening genaamd SIADH of Syndroom van Inadequate secretie van AntiDiuretisch Hormoon - Allergisch oedeem met pijnlijke, jeukende plekken (meestal rond de ogen, de lippen, in de keel en soms op de handen en de voeten) - Syndroom met medicamenteuze huiduitslag, koorts, opgezette lymfeklieren en eventueel verstoring van andere organen - Extrapyramidale stoornissen (overproductie van speeksel, abnormale bewegingen en stijve spieren) - Slaperigheid, verandering van het bewustzijnsniveau (met inbegrip van coma), verwardheid of abnormale gedragingen en geheugenverlies al dan niet geassocieerd met meer frequente of meer ernstige aanvallen, in het bijzonder als tegelijk fenobarbital en topiramaat wordt ingenomen. - Dingen zien, voelen of horen die er niet zijn (hallucinaties) - Moeite met ademhalen, pijn of druk op de borst (vooral bij het inademen), kortademigheid en droge hoest als gevolg van vochtophoping rond de longen (pleurale effusie) (soms)

Vertel het uw arts of apotheker onmiddellijk als een van de onderstaande bijwerkingen ernstig wordt of langer duurt dan een paar dagen. Misschien hebt u medische behandeling nodig: - Dubbelzien - Nausea - Urinaire incontinentie (onvrijwillige urinelozing) - Zelden: vaak moeten plassen, en dorstig zijn (syndroom van Fanconi) - Frequentie niet bekend: daling in carnitinewaarden (te zien in het bloed of spiertesten) - Frequentie niet bekend: donkere verkleuring van delen van de huid en slijmvliezen (hyperpigmentatie)

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen Sommige bijwerkingen van valproaat komen vaker voor of zijn ernstiger bij kinderen dan bij volwassenen. Deze omvatten leverschade, ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis), agressie, agitatie, aandachtsstoornissen, afwijkend gedrag, hyperactiviteit en leerstoornis.

Het melden van bijwerkingen Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten: www.fagg.be – Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be – E-mail: adr@fagg-afmps.be Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

- overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor één van de in "Samenstelling" vermelde
hulpstoffen. - acute en chronische hepatitis,
- persoonlijk en/of familiaal antecedent van ernstige hepatitis, vooral medicamenteus,
- hepatische porfyrie.
- Valproaat is gecontra-indiceerd bij patiënten van wie bekend is dat ze mitochondriale aandoeningen hebben die worden veroorzaakt door mutaties in het kerngen dat het mitochondriale enzym polymerase γ (POLG) codeert, bijv. het syndroom van Alpers-Huttenlocher, en bij kinderen jonger dan twee jaar van wie vermoed wordt dat ze een POLG-gerelateerde aandoening hebben.

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Zwangerschap

Belangrijk advies voor vrouwen

Als u zwanger bent, gebruik Depakine dan niet tegen uw epilepsie. Behalve als er echt geen andere behandeling bij u werkt. Als u zwanger kunt worden, gebruik dan tijdens de hele behandeling met Depakine een betrouwbaar anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel). Anders mag u Depakine niet gebruiken tegen uw epilepsie. Stop niet ineens met het gebruik van Depakine of uw voorbehoedsmiddel, maar bespreek dit eerst met uw arts. Uw arts zal u bijkomende aanbevelingen geven.

De risico's van het gebruik van valproaat tijdens de zwangerschap (het maakt daarbij niet uit waar u dit middel voor gebruikt):

Als u zwanger wilt worden, of als u denkt dat u zwanger bent, maak dan onmiddellijk een afspraak op korte termijn met uw arts om dit te bespreken. Valproaat houdt een risico in indien het tijdens de zwangerschap wordt ingenomen. Hoe hoger de dosis, hoe hoger de risico's, maar alle doses houden een risico in, ook wanneer valproaat wordt gebruikt in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van epilepsie. Het kan ernstige geboortedefecten veroorzaken en de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind tijdens zijn groei na de geboorte beïnvloeden. De vaakst gemelde geboortedefecten zijn onder meer spina bifida (waarbij de botten van de wervelkolom onvoldoende zijn ontwikkeld); misvormingen van gezicht en schedel; misvormingen van hart, nieren, urinewegen en geslachtsorganen; ledemaatafwijkingen en meerdere gerelateerde misvormingen van verschillende organen en delen van het lichaam. Geboortedefecten kunnen leiden tot beperkingen die mogelijk ernstig kunnen zijn.
Er zijn gehoorproblemen of doofheid gemeld bij kinderen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan valproaat. Er zijn oogmisvormingen gemeld bij kinderen die tijdens de zwangerschap werden blootgesteld aan valproaat in samenhang met andere aangeboren misvormingen. Deze oogmisvormingen kunnen het gezichtsvermogen aantasten. De kans dat u een kind krijgt met een aangeboren afwijking die medisch behandeld moet worden, is groter als u tijdens de zwangerschap valproaat gebruikt. Valproaat wordt al jarenlang toegepast. Daardoor is bekend dat bij vrouwen die valproaat gebruiken, ongeveer 11 op de 100 baby's aangeboren afwijkingen hebben. Bij vrouwen zonder epilepsie is dat ongeveer 2-3 op de 100 baby's. De kans dat u een kind krijgt met een ontwikkelingsstoornis tijdens de vroege (voorschoolse) ontwikkeling, is 30-40% als u tijdens de zwangerschap valproaat gebruikt. Deze kinderen kunnen later beginnen met lopen en praten, en moeite hebben met leren, taal en geheugen. Bij kinderen waarvan de moeder tijdens de zwangerschap valproaat gebruikte, wordt vaker een autismespectrumstoornis vastgesteld. Ook zijn er gegevens die erop wijzen dat deze kinderen een grotere kans hebben op het ontwikkelen van ADHD (een aandachtstekortstoornis; attention-deficit / hyperactivity disorder). Als u valproaat gebruikt tijdens de zwangerschap, kan uw baby bij de geboorte een lager gewicht hebben dan verwacht voor zijn of haar leeftijd. Bij vrouwen die valproaat innemen, kunnen ongeveer 11-15 baby's op de 100 een lager gewicht hebben dan verwacht voor hun leeftijd bij de geboorte. Ter vergelijking komt dit voor bij 5-10 baby's op de 100 die geboren worden bij vrouwen uit de algemene bevolking. Uw arts heeft vóór het voorschrijven van dit middel de risico's van valproaat voor een ongeboren kind met u besproken. Als u op een ander moment besluit dat u zwanger wilt worden, maak dan onmiddellijk een afspraak op korte termijn met uw arts om dit te bespreken. Stop niet ineens met het gebruik van Depakine of uw anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel), maar bespreek dit eerst met uw arts. Bent u een ouder of verzorger van een meisje dat valproaat gebruikt, maak dan een afspraak met de behandelend arts zodra zij begint te menstrueren. Sommige anticonceptiepillen (anticonceptiepillen die oestrogeen bevatten) kunnen de valproaatspiegels in uw bloed verminderen. Praat met uw arts over de anticonceptiemethode (geboortebeperking) die voor u het meest geschikt is. Als u zwanger wilt worden, bespreek dan ook met uw arts het innemen van foliumzuur. Bij alle zwangerschappen bestaat een kans op spina bifida ('open rug') en een vroege miskraam. Gebruik van foliumzuur kan die kans verlagen. Waarschijnlijk vermindert het de kans op een aangeboren afwijking door het gebruik van valproaat niet.

Kies hieronder wat voor u geldt, en lees de bijbehorende informatie:

Ik begin met de behandeling met Depakine Ik gebruik Depakine en ik wil niet zwanger worden Ik gebruik Depakine en ik wil zwanger worden Ik ben zwanger en ik gebruik Depakine

IK BEGIN MET DE BEHANDELING MET DEPAKINE Als dit de eerste keer is dat u Depakine krijgt, heeft uw arts vóór het voorschrijven de risico's met u besproken van valproaat voor een ongeboren kind. Als u zwanger kunt worden, gebruik dan tijdens de hele behandeling met Depakine een betrouwbaar anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel). Als u advies wilt over betrouwbare voorbehoedsmiddelen, bespreek dit dan met uw arts of contacteer een centrum voor gezinsplanning. Belangrijkste boodschappen:

Voordat u begint met het gebruik van Depakine, moet u zeker zijn dat u niet zwanger bent. Een zwangerschapstest en uw arts moeten dit bevestigen. Gebruik een betrouwbaar anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel) tijdens de hele behandeling met Depakine. Bespreek met uw arts welke voorbehoedsmiddelen geschikt zijn. Uw arts zal u informatie geven over het voorkomen van een zwangerschap. Zo nodig kan uw arts u hiervoor ook doorverwijzen naar een specialist. Maak regelmatig (ten minste een keer per jaar) een afspraak met de arts die u valproaat voorschrijft voor uw epilepsie. Uw arts bespreekt dan ook de risico's van het gebruik van valproaat tijdens de zwangerschap. Uw arts gaat met u na of u nog op de hoogte bent van de adviezen hierover. Vertel het uw arts als u zwanger wilt worden. Vertel het uw arts onmiddellijk als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger bent.

IK GEBRUIK DEPAKINE EN IK WIL NIET ZWANGER WORDEN Gaat u door met het gebruik van Depakine en bent u niet van plan zwanger te worden, gebruik dan tijdens de hele behandeling met Depakine een betrouwbaar anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel). Als u advies wilt over betrouwbare voorbehoedsmiddelen, bespreek dit dan met uw arts of contacteer een centrum voor gezinsplanning. Belangrijkste boodschappen:

Gebruik tijdens de hele behandeling met Depakine een betrouwbaar anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel). Bespreek met uw arts welke voorbehoedsmiddelen geschikt zijn. Uw arts zal u informatie geven over het voorkomen van een zwangerschap. Zo nodig kan uw arts u hiervoor ook doorverwijzen naar een specialist. Maak regelmatig (ten minste een keer per jaar) een afspraak met de arts die u valproaat voorschrijft voor uw epilepsie. Uw arts bespreekt dan ook de risico's van het gebruik van valproaat tijdens de zwangerschap. Uw arts gaat met u na of u nog op de hoogte bent van de adviezen hierover. Vertel het uw arts als u zwanger wilt worden. Vertel het uw arts onmiddellijk als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger bent.

IK GEBRUIK DEPAKINE EN IK WIL ZWANGER WORDEN Als u zwanger wilt worden, maak dan eerst een afspraak met uw arts om dit te bespreken. Stop niet ineens met het gebruik van Depakine of van uw anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel). Bespreek dit eerst met uw arts. Uw arts zal u verder adviseren. De kans dat u een kind krijgt met een ernstige aangeboren afwijking of ontwikkelingsstoornis, is groter als u tijdens de zwangerschap valproaat gebruikt. Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk vóór een eventuele zwangerschap na te gaan of een andere behandeling mogelijk is. Uw arts kan u verwijzen naar een specialist die ervaring heeft met het behandelen van de aandoening waar u valproaat voor krijgt (uw epilepsie) om dit verder te bespreken. Ook kan uw specialist samen met u maatregelen nemen om uw zwangerschap zo goed mogelijk te laten verlopen. En maatregelen om eventuele risico's voor u en uw ongeboren kind zo veel mogelijk te beperken. Uw specialist kan bijvoorbeeld de dosis van Depakine aanpassen. Of een ander middel voorschrijven waarnaar u kunt overstappen. Misschien besluit u met uw specialist de behandeling met Depakine stop te zetten, lang voordat u zwanger wordt; zo kan dan worden onderzocht of uw aandoening stabiel is. Als u zwanger wilt worden, bespreek dan ook met uw arts het innemen van foliumzuur. Bij alle zwangerschappen bestaat een kans op spina bifida ('open rug') en een vroege miskraam. Gebruik van foliumzuur kan die kans verlagen. Waarschijnlijk vermindert het de kans op een aangeboren afwijking door het gebruik van valproaat niet. Belangrijkste boodschappen:

Stop niet ineens met het gebruik van Depakine, maar bespreek dit eerst met uw arts. Stop niet ineens met uw voorbehoedsmiddel, maar bespreek dit eerst met uw arts. Maak samen met uw arts een plan om ervoor te zorgen dat uw aandoening onder controle is en de risico's voor uw baby beperkt zijn. Maak eerst een afspraak met uw arts. Uw arts bespreekt dan ook de risico's van het gebruik van valproaat tijdens de zwangerschap. Uw arts gaat met u na of u op de hoogte bent van de adviezen hierover. Uw arts zal proberen of u kunt overstappen op een ander geneesmiddel, of zal de behandeling met Depakine stopzetten lang voordat u zwanger wordt. Maak onmiddellijk een afspraak op korte termijn met uw arts als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger bent.

IK BEN ZWANGER EN IK GEBRUIK DEPAKINE Stop niet ineens met het gebruik van Depakine, maar bespreek dit eerst met uw arts. Uw aandoening kan anders verslechteren. Maak onmiddellijk een afspraak op korte termijn met uw arts als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger bent. Uw arts zal u verder adviseren. De kans dat u een kind krijgt met een ernstige aangeboren afwijking of ontwikkelingsstoornis, is groter als u tijdens de zwangerschap valproaat gebruikt. Om na te gaan of een andere behandeling mogelijk is, kan uw arts u verwijzen naar een specialist die ervaring heeft met het behandelen van de aandoening waar u valproaat voor krijgt (uw epilepsie). Als behandeling met Depakine voor u de enige optie is tijdens uw zwangerschap, dan wordt uw situatie nauwkeurig gevolgd. Er wordt gevolgd hoe het gaat met uw aandoening en hoe uw ongeboren kind zich ontwikkelt. Mogelijk krijgen u en uw partner ondersteuning bij de aan valproaat blootgestelde zwangerschap. Bespreek met uw arts het innemen van foliumzuur. Bij alle zwangerschappen bestaat een kans op spina bifida ('open rug') en een vroege miskraam. Gebruik van foliumzuur kan die kans verlagen. Waarschijnlijk vermindert het de kans op een aangeboren afwijking door het gebruik van valproaat niet. Belangrijkste boodschappen:

Maak onmiddellijk een afspraak op korte termijn met uw arts als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger bent. Stop niet ineens met het gebruik van Depakine, maar bespreek dit eerst met uw arts. Om na te gaan of een andere behandeling mogelijk is, kan uw arts u verwijzen naar een specialist die ervaring heeft met het behandelen van de aandoening waar u valproaat voor krijgt (uw epilepsie). U moet grondig advies krijgen over de risico's van Depakine tijdens de zwangerschap, waaronder teratogeniciteit (geboortedefecten) en lichamelijke en geestelijke ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Zorg ervoor dat u wordt doorverwezen naar een specialist voor prenatale controle om mogelijk optreden van aangeboren afwijkingen op te kunnen sporen.

Uw arts zal u een 'Informatiefolder voor de Patiënt' geven. Lees deze goed door. Uw arts zal ook het 'Jaarlijks formulier ter bevestiging dat risico's van Depakine met u besproken zijn' met u doornemen. Uw arts zal u mogelijk vragen dit formulier te ondertekenen en te bewaren. Verder ontvangt u een Patiëntenkaart van uw apotheek. Deze Patiëntenkaart helpt u herinneren aan de risico's van valproaat tijdens zwangerschap.

Bloedstollingsstoornissen, lage bloedsuikerspiegels en verminderde werking van de schildklier, kunnen ook optreden bij pasgeborenen van moeders die Depakine hebben gebruikt tijdens de zwangerschap.

Belangrijk advies voor mannelijke patiënten Mogelijke risico's in verband met het gebruik van valproaat in de 3 maanden voorafgaand aan de verwekking van een kind Een onderzoek wijst op een mogelijk risico op bewegings- en mentale ontwikkelingsstoornissen (problemen met vroege ontwikkeling in de kindertijd) bij kinderen van vaders die in de 3 maanden voorafgaand aan de verwekking met valproaat zijn behandeld. In dit onderzoek was sprake van dergelijke aandoeningen bij ongeveer 5 op de 100 kinderen van vaders die werden behandeld met valproaat, in vergelijking met ongeveer 3 op de 100 kinderen van vaders die werden behandeld met lamotrigine of levetiracetam (andere geneesmiddelen die kunnen worden gebruikt om uw ziekte te behandelen). Het risico voor kinderen van vaders die 3 maanden (de tijd die nodig is om nieuw sperma te vormen) of langer vóór de verwekking zijn gestopt met de behandeling met valproaat, is niet bekend. De studie heeft beperkingen en daarom is het niet duidelijk of het verhoogde risico op bewegings- en mentale ontwikkelingsstoornissen waar deze studie op wijst, wordt veroorzaakt door valproaat. De studie was niet omvangrijk genoeg om aan te tonen op welke specifieke bewegings- en mentale ontwikkelingsstoornis kinderen een mogelijk risico lopen. Als voorzorgsmaatregel zal uw arts het volgende met u bespreken: • Het mogelijke risico bij kinderen van vaders die met valproaat worden behandeld • De noodzaak om doeltreffende anticonceptie (voorbehoedsmiddelen) te overwegen voor u en uw vrouwelijke partner tijdens de behandeling en gedurende 3 maanden na stopzetting van de behandeling • De noodzaak om uw arts te raadplegen wanneer u van plan bent om een kind te verwekken en voordat u met anticonceptie (voorbehoedsmiddelen) stopt • De mogelijke andere behandelingen die kunnen worden toegepast om uw ziekte te behandelen, afhankelijk van uw individuele situatie

Doneer geen sperma tijdens het gebruik van valproaat en gedurende 3 maanden na stopzetting van valproaat.

Praat met uw arts als u erover nadenkt om een baby te krijgen. Als uw vrouwelijke partner zwanger wordt terwijl u valproaat gebruikte in de 3 maanden vóór de verwekking en als u vragen heeft, neem dan contact op met uw arts. Stop niet met uw behandeling zonder dit met uw arts te bespreken. Als u stopt met uw behandeling, kunnen uw symptomen erger worden. U moet regelmatig afspraken maken met uw voorschrijvende arts. Tijdens dit bezoek zal uw arts de voorzorgsmaatregelen in verband met het gebruik van valproaat met u bespreken en de mogelijke andere behandelingen die kunnen worden toegepast om uw ziekte te behandelen, afhankelijk van uw individuele situatie. Zorg ervoor dat u de informatiegids voor patiënten leest die u van uw arts krijgt. Ook krijgt u een patiëntkaart van uw apotheek om u te herinneren aan de mogelijke risico's van valproaat tijdens de zwangerschap.

Borstvoeding Depakine wordt in kleine hoeveelheden in de moedermelk uitgescheiden. Er werden afwijkingen in de samenstelling van het bloed waargenomen bij pasgeborenen/peuters van behandelde vrouwen die borstvoeding hadden gekregen. Uw arts zal samen met u beslissen of de borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Depakine moet worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging zal worden genomen.

Vruchtbaarheid Het uitblijven van de maandstonden, cysten op de eierstokken en verhoogde testosterongehaltes werden gemeld bij vrouwen die Depakine innamen. De toediening van Depakine kan ook schadelijk zijn voor de vruchtbaarheid bij de man. Er zijn aanwijzingen dat verstoringen van de vruchtbaarheid omkeerbaar zijn na stopzetting van de behandeling.

Volwassenen en kinderen

  • Startdosis: 10 mg/kg/dag
  • Stapsgewijze dosisverhoging: 5 mg/kg om de 2 à 3 dagen
  • Aanbevolen gemiddelde dagdosis:
    • zuigelingen: 30 - max. 40 mg/kg/dag
    • kinderen: 20 - max. 35 mg/kg/dag
    • volwassenen: 20 - max. 30 mg/kg/dag

Toedieningswijze

  • 3 à 4 innamen per dag, bij voorkeur tijdens de maaltijden
  • De maagsapresistente tabletten moeten ingeslikt worden zonder stukbijten
CNK 0811174
Organisaties Sanofi
Breedte 53 mm
Lengte 106 mm
Diepte 81 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Actieve ingrediënten valproaat natrium
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)